Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
142
voorwerp, iu het ligehaam, in den kubus. Als een vlak dikte
had, dan was het een ligehaam. Een vlak heeft dus geen dikte,
maar wat wel? (Men wijst en zij zeggen: lengte en breedte. (*)
Laat eens liooren, of gij vlakken van andere dingen kunt
aangeven; bijv.: wijs eens de zijvlakken der school, Pieter! —
Hoe onderscheidt men die vlakken van elkander? (Eegter-,
linker-, voor- en achtervlak of zijde). Klaas! wijs raij de zij-
den van de deur eens. Hoe noemt men die? (Eegter-, linker,
buiten- en binnenzijde), enz.
lijnen,
Maar letten wij weder op den kubus.
Hoe noemt men dat aan het einde der vlakken?
K, Kanten.
O. Ja dat kan, juister is kantlijnen, korter lijnen. De vlak-
ken hebben dus....? {Lijnen) Hoeveel wel? Waar hebben de
vlakken die lijnen? Hoeveel lijnen liggen er aan het boven-
vlak? Aan het ondervlak? Hoeveel lijnen zijn er tusschen 2
vlakken?
Hoe dik zijn de lijnen wel? Iloe breed?\ Neen, kinderen!
zij hebben geen dikte, geen breedte; zij hebben alleen lengte.
Als zij ook dikte en breedte hadden waren ze ligchamen.
Hoe lang zijn ze wel? Waarom zijn ze niet langer? Waarom
niet korter? Lijnen zijn de grenzen der vlakken, zoodat ieder
vlak heeft hoeveel lijnen? (Vier). — Juist.
De grenzen van een ligehaam zijn dus....?
n ir it // vlak // u .,..?
Kunt gij wel lijnen in de school aanwijzen? en opnoemen?
punten.
Hoe noemt men de einden der lijnen? (Punten).
Hoeveel punten heeft 1 lijn? 2 lijnen? 3? 4?
Waar is dit punt? (Boven aan de regterzijde van het vlak.)
Dat punt? (Boven aan de linkerzijde van het vlak.) Verder komt:
(*) "Wat met een kleine letter gedrukt is kan naar omstandigheid al of
niet behandeld worden.