Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
u naar vatbaarheid, ouderdom, tijd eii gelegenheid; maar bovenal
ook: ga niet tot het volgende over, tot het voorgaande goed
bekend is. Ga van een bepaald punt uit, zet uw onderwijs ge-
leidelijk voort tot zeker doel, en vang reeds daarmede aan bij het
eerste onderwijs. Ja, dat eerste onderwijs is het, wat bijzonder
aandacht verdient. Immers, zal een gebouw hecht en duurzaam
wezen, dan moeten er ook deugdelijke grondslagen gelegd zijn,
en daarom — het eerste onderwijs is van 't meeste gewigt. —
En toch, velen zijn genoodzaakt dit voornamelijk op jonge, aan-
komende onderwijzers te laten aankomen, zoo door de weinige
hulp, als door de talrijkheid der school, en, waar is meer een
man van doorzigt en ervaring, van kinderkennis, de ware onder-
wijzer noodig, dan bij de Laagste Klas eener Lagere School?
Het is toch niet te doen, om slechts deze of gene zaak bekend
te maken, en als in het wild te schermen; neen, maar om plan-
matig en geregeld te ontwikkelen, en daartoe juist geschikte ver-
standsoefeningen en algemeene kundigheden dienstbaar te doen
zijn, zoo tot het verkrijgen eener algemeene kennis van de om-
ringende voorwerpen en de dagelijks voorkomende zaken, als, en
meer nog, om bijzonder het denkvermogen te oefenen, de spraak
te beschaven en volmaken, het gevoel te veredelen, den wil
te leiden, en tevens voor het verder onderwijs den grond te leggen.
Men moet hun leeren begrijpen, het hoe en waarom, het van
waar en waartoe; hun duidelijk bewust doen worden, ten einde
er geen bloote machinerie plaats hebbe en het geheugen over-
laden worde, zonder immer het praktisch verstand van nut te
zijn. Daartoe bezigt men niet slechts een synthetische leer-
wijs, maar nu eens de analytische, dan weder de zamenstellende,
nu eens de vertellende, dan weder de catechetische, somwijlen de
socratische, en zoo afwisselend, naarmate de zaak het medebrengt,
en zij niets, iets of vrij wel van haar afweten.
Hier, bij de Aanvangsklas eener Lagere School, is dus veelte
doen, is de arbeid ontegenzeggelijk gewigtig en veelbeteekenend,
en daarom heb ik het beproefd mijnen medehelpers een leiddraad
te geven, een wegwijzer op het moeijelijke pad, die, zonder slaafs
1*