Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
'M
138
der 7 Eomeinsche cijfers, waarmede men alle getallen kan uit-
drukken , en met het eenvoudigste begonnen. Zij kennen de
I, V, X; het zal nu niet moeijelijk vallen II, III, VI, VII,
VIII, XI, XII, XIII te leeren. Daarna worden zij opmerk-
zaam gemaakt, hoe door voorvoeging van eene I de waarde
vermindert, en hoe IV, IX, XIV, verder XV, XVI, XVII,
XVIII, XIX en XX geschreven worden, waardoor men van
zelf tot de opmerking komt, dat men (immers sedert lang)
geen 4 gelijke Eomeinsche cijfers naast elkander zet, tot be-
vordering van duidelijkheid en vermijding van een te breed ge-
tal ; dat men daarom de af te trekken cijfers er vóór plaatst,
omdat afnemen het tegenovergestelde is van bijvoegen, en nu
al, wat er aan de regterhand bijgevoegd wordt, vermeerdert,
en, juist andersom, al, wat aan de linkerhand vóórgesteld
wordt, vermindert.
Alzoo langzaam voortgaande, terwijl men, evenals bij de Ara-
bische cijfers, elk getal behoorlijk laat uitrekenen, komt men
tot XL, met de opmerking, dat als de X vóór een grooter
getal geplaatst, dat is, aan de linkerhand gezet wordt, zij
ook evenzoo aftelt, als de I, maar, omdat zij tien doet, ook
tien aftelt, en dat dit wederom plaats heeft, om niet viermaal
dezelfde letter te hebben. Verder komt men tot XLIX of IL,
enz., tot XC, tot XCIX of IC, enz., tot CC, tot CCC, tot
CD, tot CDXCIX of CDIC of ID, enz., tot CM, tot CMXCIX
of CMIC of IM, tot 1000. Ook hier kan het schrijven van I
tot M en van M tot I plaats hebben.
Bij overzigt blijkt nu duidelijk, dat het voorvoegen of af-
trekken zich bepaalt tot 1, 10 of 100; dus, overgebragt in Ara-
bische cijfers, tot eene 1 met of zonder nullen; op deze wijze:
IV Dat dus de I voor de 6 hoogere,
IX de X voor de 4 hoogere,
IL XL en de C voor de 2 hoogere cijfers
IC XC geplaatst wordt.
ID XD CD
IM XM CM
Als zij de getallen tot M kunnen uitspreken, kan men hun
ook de figuren 10 cn CID bekend maken, en laten beoe-
fenen.