Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
l. VOOKBEKEIDIXO TOT HET ZONDER FOUT SCHRIJVEN,
OF: SPELLEN IN HET BOEK EN VAN BÜITEN.
Het spellen, als voorbereiding tot het zonder fouten schrij-
ven, vange men eerst aan, als de kinderen goed in de lieve
Jan lezen.
ïot begin daartoe neme men de eerste leestafel van Prin-
sen, waarbij al dadelijk valt op te merken, dat de letters der
lange klanken, twee-klanken, enz., bij het spellen een voor
een genoemd worden. Deze tafel is in eene les te leeren.
Daarop volgt de tweede tafel, en daarvan eerst de mede-
klinkers, vervolgens de slat-klanken, in 1 of 2 lessen. Is dit
hun nu goed bekend, dan kan men tot het spellen in de ge-
wone leesboekjes overgaan.
Het van buiten spellen heeft eerst dan plaats, als zij het
vrij goed in de boeken kunnen. Men beginne met de kleinste
woordjes, klimme langzamerhand tot grooter op, en de weg
wijst zich van zeiven.
Maar hoe zal men de lettergrepen scheiden? — Daar, waar dit
in het spreken geschiedt. Een medeklinker tusschen twee vo-
kalen wordt bij de volgende gevoegd, en wanneer 2 medeklin-
kers nevens elkander staan, de eerste tot de voorgaande en de
tweede tot de volgende.
Voorts komen de verkleinwoorden, of liever gezegd de ver-
kleinings-uitgangen, op zich zeiven, even zoo de voorvoegsels,
terwijl de zamengestelde woorden met elk woord afbreken.
Wordt een klinker tusschen twee mede-klinkers weggelaten,
dan scheidt men het natuurlijkst daar, waar dit geschied is,
als Iiong-rig, sterf-lijk. Uitgezonderd als de v de stamletter-
greep zou sluiten: ij-vrig en niet ijv-rig.
Voorts zou 't te wenschen zijn, dat ook de ng als eene on-
afscheidbare lettervereeniging kon behandeld worden, ten min-
ste daar, waar slechts één ineen vloeijend geluid gehoord wordt,
en men dus niet behoefde af te breken: zin-gen maar wel zing-en.