Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
2. ( ) Tusschenstellingsteeken, of Tusschenredesteeken, Hier-
tusschen plaatst men een tusscbenzin, w elken men
vlugger en zachter dan het andere leest. Bij elk
boogje houde men twee tellens op.
3. [ ] Teksthaken. Deze duiden ophelderende woorden van
vertalers aan. Men leest voort, alsof er geen teeken
stond.
4. „ of u of j Aanhalingsteeken. Dit wordt bij de woorden
geplaatst, die men van anderen overneemt.
5. (*) of (a) of (1) Aanmerkingsteeken. Dit geeft eene ver-
klaring aan den voet der bladzijde, of aan het einde
des boeks te kennen. Men leze eerst den volzin af,
en zie dan naar de aanmerking.
Dit zijn de 20 teekens bij 't lezen in gebruik. Voorts bestaan
er teekens van prosodische lengte of kortheid, van de muziek,
van de rekenkunst, enz., maar die behooren hier geene ver-
melding te hebben.
C. vreemde letters.
Wat het leeren kennen der vreemde letters aangaat, dit ge-
schiedt door Letterkaarten. Bij groote partijen is daaraan meer
behoefte, dan bij kleine. Immers bij deze kan men den tijd
ter opheldering, vergelijking, enz. in het boek, nemen; men
kan aanwijzen, enz., bij gene is dit niet best mogelijk. Daarom
kan men tot het leeren kennen van de moeijelijkste lettersoor-
ten kaarten vervaardigen, ingerigt naar de eerste leestafel van
Prinsen. In plaats van de prentjes komen de hun bekende
gemeene Eomeinsche letters, en daarnaast dezelfde, maar on-
bekende letters, welke dan nog eens onder aan de letterkaar-
ten voorkomen. Alzoo zijn er drie gangen, n. 1.
1. De vreemde letters leeren door de bekende, die er naast
staan.
2. De vreemde letters leeren, terwijl de bekende gedekt zijn.
3. Herhaling onder aan de Letterkaart.