Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
meer de bijwoorden, bij zamengestelde woorden de bepalende,
en bij afgeleide bet zakelijke deel den nadruk. Vertellende en
wenscliende zinnen krijgen veelal afnemende toonshoogte, tenzij
't laatste deel daarvan het hoofdwoord mogt bevatten, want dit
ontvangt steeds den nadruk. Gebiedende en vragende voor-
stellen hebben toenemende toonshoogte.
Daarentegen zijn toonloos al die verbuigingsuitgangen, en
alle afleidingslettergrepen, zoo vóór- als achtervoegsels, in welke
de zwakke, zachtkorte e voorkomt. Ook de uitgangen ig, tig,
lijk en ing, wanneer de stamlettergreep onmiddellijk vooraf-
gaat, als vlijtig, verstandelijk, bestemming. En wederom valt
de klemtoon in Nederlandsche woorden uitgaande op aal, dam,
dijk, ham, hem, horn , sluis, veen, waard, weerd, zand, zwaag,
op de laatste lettergreep, bijv. V&naal, W^tndam, kviadijk, enz.
Zoo ook op de basterduitgangen iek, iet en ide, bijv. repu-
hliek, proseliet, pyramïsfe, enz. enz.
Zoo zouden er nog vele opmerkingen te maken zijn met be-
trekking tot de Dynamiek, Melodiek en Eythmiek in het le-
zen, waarvan de meeste echter algemeen bekend zijn, of voor
een Laagste Klas te hoog gaan.
Melding verdient nog, dat al, wat hakkend, stotterend,
stootend, soms 4 of 5 maal gelezen is, zoolang overgedaan
worde, tot het zonder gebreken is.
Om alles te begrijpen, wat men leest, zal begripsverklaring
onder het lezen, nu eens dit, dan weder dat woord, zeer nut-
tig en veraangenamend zijn, terwijl men na het lezen, bij het
vragen en spreken er over, zeer goed zal ontdekken, dat die
verklaring heeft plaats gehad.
De Leesboekjes, die wij als vervolg op die der Laagste Af-
deeling, dus na de Leesmachine laten gebruiken, zijn:
1. J. Spaan, de lieve Jan, a 5 Cts., bij Zwaakdesiaker.
2. " het nuttige Boekje, a 5 Cts., //
3. N. Anslijn, de Brave Hendrik, te Botterdam.
4. P. J.Pkinsen,Leesb.voormind. gev. kinderen, te Haarlem.
5. ff ff * jonge kinderen. » "
6. ff Gom. Leesboekje /> "