Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
leven ter verheerlijking van God en Christus en tot nut van den
naaste? voorzeker neen!
Welken menseh- en kindervriend verheugt het dan niet, dat
zoo velen de mededeeling van kennis, ja, als een gewigtige zaak
beschouwen, maar deze toch dienstbaar doet zijn ter ontwikke-
ling, vorming en leiding der zielvermogens? Wat voortreffelijk
gezigt is het, kinderen vormend, opvoedkundig onderwijs te zien
toedienen! En wie gevoelt niet een beminnelijke vreugde, als
hij glie lieve kleinen niet als logge vleeschklompen ziet nederzit-
ten, maar ontwaart, dat hun gelaat getuigt van werkzaamheid,
geest en leven! Zie, o zie, wat genoegen de man smaakt, die
door de kinderen, hem toevertrouwd, bemind wordt, en merk het
op, hoe «hij door zijn doelmatig onderwijs aller aandacht weet te
boeijen, aller gemoed weet te vinden, aller vermogens weet te ont-
wikkelen! Zie, de schooldeur is nog gesloten, en-reeds staan zij
daar, zijne hem als vader beminnende leerlingen, al is het ook in
snerpende koude, op den geliefden onderwijzer te wachten. Hun
leven is de school. Bij hun opstaan en ter bedde gaan, ja, bij
hun spelen is de aangename verblijfplaats niet vergeten.
Dat genoegen, die vreugde mist gij, o mensch! die van uwe
vergadering eene winkelsehool maakt; die het slechts te doen is,
om uiterlijk te schitteren, en daardoor goudglimp zoekt aan te
brengen; die niet verder ziet dan de uren van den schooltijd, en
uw geweten niet afvraagt: Wat is mijne roeping? Hoe wil de
Heere God, dat ik doen zal? Zulk een geluk smaakt gij niet,
die uit een egoïstisch beginsel werkzaam zijt, en niet vraagt: wat
kan ik doen? maar slechts ten halve verrigt, wat ge moet doen.
Gij zult afrigten, mededeelen, om toch iets te doen; maar let
wel, hoe gij het u zeiven en uwen kinderen lastig en onaange-
naam maakt; hoe gij de orde, die zoo noodzakelijk is, verbreekt,
den tijd doodt, en welke bekrompene en welligt ondeugende,
waanwijze en oppervlakkige menschen gij vormen zult!
Opvoedkundig dan uwe zaak ingerigt. Zie op geen moeite.
Het zit niet in de veelheid, maar wat gij doet, verrigt het goed,
vormend, leidend. Neem den gang der ontwikkeling waar. Rigt