Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
van men bij tali'ijke partijfin ongeveer drie lesjes neemt, om
het van buiten leeren te voorkomen. Als het boekje voor de
2° maal wordt doorgegaan, kan men 4 of 5 lesjes te gelijk
nemen, waarvan (bij weinig tijd), slechts de eerste wordt voorgelezen,
liet in koor lezen heeft plaats, als men voor de eerste keer het
boekje doorgaat (1). Als het voor de derde maal wordt gelezen,
dan late men voortgaan tot het einde, en bij goede behandeling
zullen zij daarna wel tot een verder boekje kunnen overgaan.
Na de lieve Jan houdt het te gelijk lezen op. Om verstaan-
baar te lezen, neme men den logischen en grammaticalen na-
druk in acht, en lette dus op die deelen van de rede, van den
zin of van het woord, waarop het voornamelijk aankomt. Te-
vens moet alle gekunsteldheid vermeden worden, cn zij de
beschaafde uitspraak het rigtsnoer. Deze vordert bijv.
De eli als k in: Christenen, Christus, Christiaan, enz. De
cli als sj in: chocolade, China, charade, enz. In het midden
of aan het einde der woorden wordt de ch niet gehoord, bijv.
in trotsch, ruischende, heesch. Overal, waar 2 verwantschapte
medeklinkers van 2 verschillende woorden of lettergrepen za-
menkomen, zijn beide scherp, behalve dan, wanneer de tweede
b of is, in welk geval beide zacht uitgesproken worden.
De uitgang aadje als aazje, dus voor de d eene z. In de
voorvoegsels ver en ter, leze men de zachtkorte e, als in de;
niet scherpkort als in ver (wijden afstand).
Een, lidwoord, veel zachter dan een, telwoord; als e'n.
In den aan het eind der woorden, of op zich zelf, als lid-
woord, leze men de e zachtkort, niet scherpkort.
De ij in: muzijk, koflij, fabrijk, Januarij, Februarij, Junij
en Julij, leze men als ie of i.
De y als i, in Egypte, hydra, cyrus, enz.
De n aan het eind der woorden zeer zacht.
Zoo worden bijv. de bepalende woorden sterker uitgesproken
dan die bepaald worden, vooral als zij den zin der beteekenis
veränderen, ontkennen of beperken, bijv.: de ffoede l'iet is
nooit ondeugend.
Even zoo ontvangen in zinnen vooral de werkwoorden, nog
(1) Het in koor lezen moet steeds van Iioofdclijk lezen vergezeld gaan.
9