Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
128
Denkbeeldig. Werkelijk. Zuiver. Onzuiver.
Onwettig. Wettig. Zwijgen. Spreken.
Wijs. Dwaas. Vroom. Goddeloos.
Woelig. Eustig. Onschuldig. Schuldig.
Wraak. Vergevensgez. Bevallig. Onbevallig.
Wuft. Onveranderlijk. Verzoenlijk. Onverzoenlijk.
Zachtheid. Hardheid. Aanvang. Einde.
Zedelijk. Zedeloos. Vertrouwen. Wantrouwen.
Onzienlijk. Zienlijk. Doof. Hoorende.
Onzigtbaar. Zigtbaar. Gelukken. Mislukken.
Zorgvuldig. Zorgeloos, Gunnen. Misgunnen.
2. LEZEN LEEEEN.
a. het lezen.
Nadat de 10 Leesoefeningen van Peinsen behandeld zijn,
is het moeijelijkste verrigt. Het komt er nu op aan, of op
den goeden grondslag doelmatig voortgebouwd wordt. Zeker
is het, dat, als men in aanmerking neemt, wat er in den acht-
tienden brief van Prinsen's leesleerwijze voorkomt, allen goede
lezers worden.
De kinderen moeten vloeijend en in goeden toon lezen, be-
hoorlijk de leesteekens in acht nemen, en alzoo op verstaan-
bare, ongekunstelde wijze zich leeren uitdrukken, waardoor zij
dan ook het gemakkelijkst zullen begrijpen, gevoelen, ter harte
nemen en onthouden.
Het vloeijend en in goeden toon lezen is reeds veel bevorderd
door de leestafels, die daarop voornamelijk doelen, en niet
minder door de leesoefeningen der boekjes, welke eerst door
den onderwijzer zin voor zin worden voorgelezen, en op 'de-
zelfde wijze door de kinderen te gelijk, in denzelfden toon, al
bijwijzende, worden nagelezen, en daarna hoofdelijk.
Het voorlezen en in koor nazeggen van eiken zin, laat men
tot het einde bijv. van het boekje: de lieve Jan doen, waar-
\