Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
vlugger ingezien en gevonden, dan op de vraag : wat staat te-
genover snel? Zoo moet men al het denkbeeldige verzinnelij-
ken; zoomoet men het abstracte boeijend en bekoorlijk maken;
zoo behoort men alles van aanschouwing te doen uitgaan , en
wel op eene heuristische (zelfzoekende) wijze. Al het voorzeg-
gen, zoolang het mogelijk is, moet vermeden worden, want
het is nutteloos, leidt niet tot denken, en wordt veelal even
spoedig vergeten.
De onderwijzer zelf moet hier de groote hefboom van aan-
dacht , lust en leven zijn. llij moet door verrassende wendin-
gen, doelmatige gezegden, levendige voordragt, belangstellend
voorkomen, aller opmerkzaamheid boeijen, aller ijver aanvuren.
Past nu eens op! wie zou dat weten ? Nu komt iets moeijelijks,
dat zult ge niet kunnen; nu zal ik u eens foppen; wie of dat
zal weten, enz., enz., zijn wel vragen, die lokken en opwekken,
maar als de meester 't niet bezielt, zullen zij geen doel treffen.
Men zou de volgende woorden tot onderwerp van gesprek
kunnen maken.
Groot. Klein. Krom, Regt.
Hoog. Laag. Euw. Glad.
Breed. Smal. Hol. Bol. ;
Lang. Kort. Laat. Vroeg. ,j
Dik. Dun. Blind. Ziende. j
Wijd. Naauw, Open. Digt. i!
Oud. Jong. Aangenaam. Onaangenaam.
Sterk. Zwak. Lui. Naarstig.
rijn. Grof. Gelukkig. Ongelukkig.
Heet. Koud. Droog. Nat. ji
Yet. Mager. Vast. Los.
Vol. Ledig. Zwart. Wit.
Eijk. Arm. Naakt. Gekleed.
Voorwaarts. Achterwaarts. Woest. Bedaard. ,!
Hard. Zacht. Wild. Tam. i
Spits. Stomp. Troebel. Klaar. i
Scherp. Bot. Stilte. Geraas. i
Duur. Goedkoop. Rustig. Woelig. . I
Voorzigtig. Onvoorzigtig. Koud. Heet.
Kostbaar. Onkostbaar. Ligt. Zwaar.
Beleefd. Onbeleefd. ; Licht. Donker.