Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
122
cn zout, vuur en water, bond en kat, boter en vet, varken
en schuijer, vogelkooi en paardenstal, broodmes en pennemes,
worm en slang, paard en ezel, koe en schaap, hoed en pet,
wagen en koets, boom en bloem, vogel en visch, mensch en
dier, dier en plant, brood en kaas, vloer en zolder, bord en
lei, pen en grift, vork en lepel, mes en zaag, roos en tulp,
potlood en pen, spin en visscher, houtworm en boor, brood
en koek, stok en torenspits, maan en lantaarn, ring en wa-
genrad , radijs en knol, muis en rat, hoed en pruik, grift en
krijt, glas en steen, duin en berg, school en kerk, meer en
zee, cent en gulden, zomer en winter, plant en dier, kagchel
en zon, balk en boom, zon en maan, blad en bloesem, ta-
baks- en kagchelpijp, pijpedop en slaapmuts, slot en grendel,
pot en pan, wijn en bier, pet en pruik, schoen en laars, paard
en koe, appel en peer, dorp en stad, lucht en rook.
ƒ. tegenovekstelungen.
Doet vergelijken en onderscheiden veel nut ter vorming en
ontwikkeling van de zinnen zoowel als van de vermogens der
ziel, ook het opsporen van de tegenoverstellingen voert tot
opmerken, beschouwen en nagaan, brengt van zelf tot verge-
lijken en onderscheiden, doet de beteekenis der woorden in-
zien, bevordert het oordeelen, ja, brengt het geheele kennis-
vermogen in werking. Zulke oefeningen, het kan niet anders,
moeten zeer nuttig zijn voor de ontwikkeling en tot eene hel-
dere kennis van de beteekenis der woorden leiden.
Om het aangenaam en onderhoudend te maken, moet men
niet bij de bloote hoedanigheden, eigenschappen of omstandig-
heden in het afgezonderde blijven, maar die met voorwerpen
of werkingen vereenigd voorstellen. Op de vraag: wat is het
tegenovergestelde van een dikken pannekoek? (of boterham,
enz.) krijgt men sneller, levendiger, oplettender, blijder ant-
woord, dan op: wat is het tegenovergestelde van dik? Vraagt
men: wat staat tegenover snel loopen? (terwijl men de hand
vlug van de eene naar de andere plaats brengt) wordt het