Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
Appel- en Ferenloom.
Overeenkomst. Natuurvoortbrengsels, zij moeten geplant wor-
den, hebben regen, zonneschijn en goeden grond noodig heb-
ben stam, wortels, takken en getande bladeren, voorts bloe-,
sems, en, na het afvallen van het bloeisel, vruchten, ooft-
vruchten, die rondachtig, sappig en smakelijk zijn, enz., groei-
jen in vele landen, enz. Zij hebben schors, stam, enz.
Verschil, De peren zijn langwerpig rond, de appelen knol-
rond, de schors van den appelboom is gladder dan van den
perenboom; de bloesem van den appelboom is rood en wit,
van den perenboom alleen wit. Zij verschillen in smaak, enz.
liaan en Hen,
Overeenkomst. Zij zijn dieren, tweevoetig, vogelen, hebben
dus vederen, 2 pooten, enz., huisdieren, gebruiken hetzelfde
voedsel, rusten op gelijke wijze, hebben geene tanden en kie-
zen, geen neus, maar een snavel met neusgaten; zij missen de
bovenoogleden, zorgen voor de hunnen; zijn zigtbaar, voelbaar,
hoorbaar, geven een eigenaardig geluid, zijn nuttig voor en
na den dood, hebben vrienden en vijanden.
Verschil. Mannetje en wijfje, de haan is grooter en heeft
fierder gang. Zijn staart is sierlijker en uitgestrekt, boogvor-
mig. Hij heeft grooter kam en baardlappen of lellen, sporen
aan de pooten en vecht meer. De hen geeft eijeren. De haan
kraait bij het naderen van den dag en na behaalde overwin-
ning, de hen kakelt na het leggen van eijeren en bij het
broeden.
Wat zegt gij van het ei, van den vorm, de kleur, den
smaak, enz.? Welke soorten zijn er?
Zoo kan men vergelijken en onderscheiden: berg en toren,
naald en speld, mes eu stuk glas, stoel en tafel, zaag en
schaar, koets en slede, inkt en melk, speld en naald, suiker