Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
, b. Op de keerzijde: eenige Latijnselie woorden. J)(; dukaat
heeft ook een gekartelden rand.
d. standen en levenstijdperken.
De verdeeling, of liever de onderscheiding der menschen heeft
voornamelijk plaats naar: woonplaats, bezitting, bedrijf en
leeftijd.
A. Naar de woonplaats in : stedelingen, dorpelingen en zeelieden.
Stedelingen wonen in of nabij eene stad, vlek of vesting.
Dorpelingen n « een dorp, buurt, of gehucht.
Omdat zij alzoo buiten de steden wonen, noemt men hen
ook wel buitenlieden.
Zeelieden bevaren meest altijd de zee, zonder vast verblijf.
B. Naar de bezitting.
Dit brengt men aan het verstand, door de opmerkzaam-
heid te vestigen op het onderscheid tusschen paleizen en
hutten, tusschen prachtige gebouwen en krotten, of armoe-
dige woningjes, en zoo komt men tot de onderscheiding
van: rijken of aanzienlijken, burgers of gegoeden, en armen
of geringen.
Daarna laat men opnoemen, wat onder elk dier standen
begrepen is, bijv.:
Onder de rijken: allen, die zooveel geld en goed bezitten,
dat zij geen beroep behoeven uit te oefenen; ook de geleerden.
Onder de burgersdie een goed bestaan hebben, als: win-
keliers, kunstenaars (in waren zin), onderwijzers en vele
handwerkslieden.
Onder de armen; die door sjouwen en zwaar werken nog
maar zeer weinig verdienen, of slechts van giften of gaven
leven moeten.
C. Naar het bedrijf.
Deze verdeeling is zeer zamengesteld. Men zou kunnen
zeggen, er zijn: regeringsleden, geleerden', kunstenaars,
fabriekanten, kooplieden, land- en tuinlieden, ambachtslie-
den en ambtenaren.