Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
2. de rijksdaalder, of het stuk van 2i gulden,
3. de halve gulden, of het stuk van BO cents.
II. De pasmunten, zijn van zilver of van koper.
a. De zilveren pasmunten zijn :
1. de kwartgulden of het stuk van 25 cents,
2. het dubbeltje, of het stuk van 10 cents,
3. het stuivertje, of het stukje van 5 cents.
b. De koperen pasmunten zijn:
1. de cent, of het honderdste gedeelte van een' gulden,
2. de halve cent, of het tweehonderdste gedeelte van
een' gulden.
III. De negotiepenningen zijn van goud, t. w.:
1. de gouden willem, of het stuk van 10 gulden,
2. de dubbele gouden willem, of het stuk van 20 guld.,
3. de halve gouden willem, of het stuk van 5 gulden,
4. de gouden dukaat, die boven de 5 gulden doet,
5. de dubbele gouden dukaat, boven de 10 gulden waardig.
NB. Gewoonlijk rekent men den dukaat op 5 gulden
en 5 stuivers, en alzoo den dubbelen op 10 gulden
en 10 stuivers; doch de koers is altijd hooger.
Elk dezer geldstukjes heeft eene voorzijde en eene keerzijde,
waarop iets afgebeeld is, dat men den beeldenaar noemt.
A. De beeldenaar der standpenningen,
a. Op de voorzijde: het borstbeeld van den Koning, met
het omschrift: Willem III, Koning der Nederlanden,
Groothertog van Luxemburg (*),
Dit omschrift wordt verkort naar de grootte der specie.
b. Op de keerzijde: het wapen van Nederland, tusschen
de uitdrukking der geldswaarde, namelijk: 2J ... G,
1 ... G, f ,. . G, en het omschrift: Munt van het ko-
ningrijk der Nederlanden, met het jaartal der munting,
verkort naar de grootte der specie.
Op den gulden en halven gulden staat onder het wa-
pen: 100 Cents, of 50 Cents.
Deze geldstukjes worden in een rand gemunt; om
(*) Op de vroegere muntstukjes komt natuurlijk Willem I of II.