Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
Hoeveel jaren zijn twee eeuwen? hoeveel eeuwen zijn 600
jaar? enz. Hoeveel jaren zijn vtjf en een halve eeuw?
Wat beteekent: geboren in de eeuw? In de 18^ eeuw? enz.
Met deze oefening kan men ook verbinden het leeren zien
op eene wijzerplaat, hoe laat het is, n. 1. als de kinderen met
de Eom. cijfers tot XII en de Arab. tot 60 bekend zijn. Men
behandelt eerst de uur-, daarna de minuut-wijzer, en doe op-
merken, dat de kwartiers niet vóór of over het halve, maar
wel vóór of over het heele uur genomen worden.
Herhaling in een kort lestek.
1 Eeuw is 100 jaren, f Eeuw is 50 jaren. ^ Eeuw is 25 jaren.
1 Jaar is 2 halve jaren, 4 vierendeel jaars , 4 jaargetijden,
12 maanden, 53 weken, 365 of 366 dagen,
f Jaar is 6 maanden, 26 weken, 183 dagen.
i Jaar is 3 maanden, 13 weken, 91 dagen.
1 Maand is 4 weken (ruim); 28, 29, 30 of 31 dagen.
1 Week is 7 dagen. 1 Dag is 24 uren.
1 Uur is 2 halve uren, 4 kwartieren, 60 minuten.
I Uur is 2 kwartieren, 30 minuten.
J Uur is 15 minuten, en 1 minuut 60 seconden.
C. DE MUNTSPECIeN.
Eeeds kennen de kinderen de behandeling der pasmunten,
en weten zij ook iets van de standpenningen. Eene meer in-
gewikkelde werkzaamheid in dezelfde zaak, en bijvoeging van
negotiepenningen, levert wederom overvloedige stof. Om zoo
beknopt mogelijk te zijn, zal het volgende alleen den inhoud
der oefening bevatten, en niet de wijze van mededeeling, daar
men die uit het voorafgaande best kan opmerken.
De Muntspeciën van Nederland zijn: I. Standpenningen.
II. Pasmunten,
en III. Negotiepenningen.
I. De standpenningen zijn van zilver vervaardigd, t. w.:
1. de gulden, of dc eenheid van ons muntstelsel,