Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
T)e herfst den 21sten September, en heet alzoo herfstmaand.
De winter den 21sten December, en heet daarom winter-
maand.
Welke maanden zijn in de lente? in den zomer? in den
herfst? in den winter? in den zomer? in de lente? in den
herfst? Wat gebeurt er met de natuur in elk jaargetijde?
Lente heet ook wel voorjaar, en herfst najaar.
Wanneer is het lentenacht? zomernacht? enz. Lentemorgen?
enz. Oudejaarsavond? Nieuwejaarsdag? Noem eens eenige feest-
dagen. Met welke maand begint het jaar? met welke eindigt
het ? Met welken dag begint eene maand ?!
Welke is de !<= maand? de laatste? de 3«? de 5e? 7«? 2«?
4e? 6e? 8e? 5" enz. Noem de maanden van achteren af.
Welke is de 2" maand van het 2e vierendeel jaars?
// ir // 4e ff ff ff 2^ ff //?]
ff ff ff ^^ ft ff ff Ie ff ff ?
Welke is de 3e maand van het 2e vierendeel jaars?
ff ff ff 3e ff ff ft 3® ff ff ?
ff ff ff 3e ff ff H 4e // f! ?
* // // 3e ff ft //5 e ff /i* ?!
ff ff ft 2e ff ft ff 2e ff ft ?
ff ft ff 2e ft ff ff 3e ff // ?
Noem de Ie maand van de lente; de 7e?! zeg de 2« maand
van den zomer. De 4«. De 3" van den herfst, enz.
Hoeveel maanden zijn 2 vierendeel jaars? 3? 4?
Hoeveel maanden zijn 2 jaargetijden? 2? enz.
Hoe noemt men 3 maanden? 6? 9? 12?
Hoe heet deze maand? hoe de vorige? de laatstledene?
Hoe de voorverledene? hoe de vóórlaatste? hoe de tegen-
woordige? de toekomende of volgende? de na de volgende?
of na de toekomende? Wanneer is de andere maand?
Op welk uur begint een maand, week, jaar, dag of eeuw?
wat is nieuwejaar? wat oudejaar? nieuwe maand? oude maand?
ook de volgende getijden een veranderlijk begin; maar deze bepaling zoude
voor de laagste klasse al te naauwkeurig zgn.