Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
101
2 bij de groote en 3 bij de andere teeneu.
Voorts nog:
d. de nagels der teenen,
van den regter- en linkervoet.
Wanneer wij ook hier, als bij de vingers, al die onderschei-
dingen willen nagaan, valt er heel wat te doen, en is de zaak
moeijelijker te behandelen, omdat alles, wat de teenen aangaat,
onzigtbaar is, en door de vingers verduidelijkt moet worden.
Voor als nog achten wij dezen verderen voortgang niet nood-
zakelijk.
VIJFDE OEFENING.
herhaling van alles.
Het ligchaam.
Ons ligchaam heeft wel 239 beenderen, tot sterkte en vast-
heid.
I. HET HOOFD.
Het hoofd is rondachtig en betoeegbaar, gedeeltelijk met haar
begroeid. Er zijn groote of kleine, breede of smalle, ronde of
lange, zwakke of sterke hoofden.
a. de schedel.
1. Het haar,
2. de kruin.
b, het aangezigt.
1. Het voorhoofd,
2. de wenkbraauwen, regter en linker,
3. de oogen, regter en linker.
Van de oogen heeft men:
a. de oogleden, regter en linker,
boven en onder,
b. de oogharen, regter en linker,
e. de ooghoeken, nu »
binnen en buiten,
d. de oogholten, regter en linker,
e. de oogappels, n u n