Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
K. IV DE ARMEN. a. Be bovenm-men, regter en linker,
b, de voorarmen, n n « .
1. De onderarmen, regter en linker,
2. de handen « n « .
c. Be gewrichten aan:
1. de schouders, n u u .
(de oksels)
2. de ellebogen, // » »
3. de handen, // « »
O. Die handen, waarmede we zoo veel doen kunnen, zullen
wij eens goed nagaan. Zegt eens: wat kan er al mede gedaan
worden? enz.
Datgene, waarmede die onderarmen aan de handen verbon-
den zijn, noemt men
de wortels van de handen.
Waar zijn nu de wortels van de handen ? Waartoe dienen
zij? Hoe worden zij onderscheiden? Eerst hebben wij dus:
de handen.
1. Be wortels van de handen ,
van de regter- en linkerhand.
Buiten aan de handgewrichten, tusschen de voorarmen en de
wortels der handen , heeft men:
2. de knokkels,
die onderscheiden worden in:
regter en linker, binnen en buiten.
Oefening daarin. — Voorts onderscheidt men de handen in:
3. de binnenzijde, van de regter- en linkerhand,
4. de rug, » « « « « .
In de binnenzijde zijn de palmen van de handen. Deze lig-
gen in het middelste gedeelte van de handen, onder aan de dui-
men. Oefening in aanwijzen, zeggen en onderscheiden van:
5. de palmen van de handen, van de r. en 1. hand.
Zoo ook in de binnenzijden en ruggen der handen. En dan
volgen de vingers. Hiervan komt de onderscheiding in :
6. de vingers, van de r. en 1. hand,
a. de duimen , ---------
b. de wijsvingers,---------
c. de middelste v.,---------