Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
97
het voorste van den neus, vindt men kraakbeen. Het onderste
gedeelte van de oorschelpen noemt men oorlellen. Hoe zeg ik?
K. Oorlellen.
O. Ja. Hoeveel zijn er? welke? waar liggen zij? De oor-
lellen zijn rondacIUig en week. Wat beteekent dit? Nu volgen
de oorgaten. Waar zijn die? Waartoe dienen zij? Hoeveel zijn
er ? Waar is het regteroorgat ? enz. Be gaten van de ooren gaan
door de schelpen in het binnenste van het hoofd. Zij worden ook
wel gehoorgangen genaamd. — Waarom?
Tusschen de wangen en de ooren, hebben de mannen veel-
al een baard. Waartoe? (Tot warmte en sieraad.)
Welnu, wat hebben wij van de ooren gezegd? welke deelen
hebben zij?
K. DE OOEEN. 1, Be oorschelpen, regter en linker,
3. de oorlellen, n u u
3. de oorgaten, // an.
(Gehoorgangen).
Op de zijden van het hoofd volgen:
het achterhoofd,
het haar.
Voorts II de hals.
a. Be voorhals,
b. de achterhals, of nek.
Verder: III de eomp.
a. Het bovenlijf.
1. De borst,
3. het hartkuiltje,
8. de ribben, regter en linker,
4. de zijden, u « «
5. de rug u n « .
b. Het onderlijf.
1. De buik,
3. de navel,
3. de liezen, regter en linker,
4. de lendenen.
Nu de ledematen; eerst?
K. de armen.
O. Wat hebben we daarvan reeds geleerd?