Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
93
K. Linkerneiisgat.
O. Nu, wat zegt gij? Wist ge wel, dat uw neusje zooveel
deelen had? Noemt die nog eens op.
li. DE NEUS.
1. Het neusbeen,
2. het neussehot,
3. de neusrug,
4. de neusvleugels, regter en linker,
5. de top van den neus,
6. de neusgaten, regter en linker.
O. Op den neus, of het zintuig van den reuk, lieten wij
den mond volgen. Die mond heeft nog meer deelen dan de
neus, zelfs nog meer dan de oogen. Zegt mij eerst nog eens:
waartoe is de mond? is die van alle menschen even groot?
hoe groot is uw mond wel ? wijst het eens! Nu die mond is
het zintuig van den smaak. Al het eten of drinken, dat wij
zullen gebruiken, proeven wij met den mond. Maar ook is de
mond het werktuig van de spraak. Die mond is dus allernut-
tigst ; daarom moeten we hem ook eens goed beschouwen, en
zijne deelen opzoeken en benoemen.
Het voorste van den mond is.....?
A. Be lippen.
O. Waar liggen de lippen ?
K. Be lippen liggen buiten aan den mond, tusschen de wan-
gen, onder den neus en boven de kin.
O. De bovenste lip noemt men.....?
K. Bovenlip.
O. En de andere?
K. Onderlip.
O. Wat weet ge van de lippen te zeggen? (Zij zijn week,
veerkrachtig, rood, glad en vochtig.) Er zijn dikke, dunne en
gekrulde lippen. Somtijds zien zij bleek. Wanneer? Boven
de bovenlip hebben de mannen weieens haartjes zitten: hoe
heet men die? De lippen dienen om spijs en drank aan te ne-
men , de uitspraak der woorden te regelen en den mond te slui-
ten. Maar hoe noemt men die plaatsen, waar de lippen te za-
men komen? (Hij wijst)
K. Be hoeken van den mond.