Boekgegevens
Titel: Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Auteur: Spaan, J.
Uitgave: Amsterdam: H.J. van Kesteren, 1859
2e verb. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1140 G 17
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204638
Onderwerp: Onderwijs: primair onderwijs
Trefwoord: Aanschouwelijk onderwijs, Didactiek, Lezen, Vormleer (wiskunde), Onderbouw (onderwijs), Lager onderwijs, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding voor aankomende onderwijzers tot een doelmatig klassikaal-onderwijs, aan de laagste klasse eener lagere school, tevens nuttig voor bewaarscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
Waar ligt de biutenoüghoek van het regteroog? de binnen-
ooghoek van het linkeroog? enz.
Onze oogen liggen in holten, die men oogholten noemt. Be
oogholten zijn onder het voorhoofd, boven de wangen, tusscheu
de slapen en het bovendeel van den neus.
Er zijn dus: de holten
van het regter- en linkeroog.
In de oogholten liggen de oogappels. Hoeveel oogappels heb-
ben wij? welke gedaante hebben ze? Zij zijn rond, glad, voch-
tig, blinkend en beweegbaar.
Het grootste deel van de oogappels is wit, dat alleen door
ongelukken of ziekte geel of rood wordt.
Be mensch heeft ticee oogappels.
Ieder oog heeft een oogappel.
Het grootste deel der oogappels is wit.
Dus zijn er:
de oogappels,
van het regter- en linkeroog ,
het wit in de oogen
in het regter- en linkeroog.
In het midden van de oogappels is het zwart van de oogen.
Het zwart der oogen is rond en blinkend. Wij hebben dus:
het zwart in de oogen,
in het regter- en linkeroog.
Wel! wel! wat hebben we al veel van die oogen gezegd.
Komt! dat we dit nog eens kortelijk herhalen.
DE OOGEN.
1. De oogleden, regter en linker, boven en onder.
2. De oogharen, // // n n n n
3. De ooghoeken, // // " binnen en buiten.
4. De oogholten, regter en linker.
5. De oogappels, ir a n
0. Het wit in de oogen, regter en linker.
7. Het zwart n « u » « »
8. De oogkringen, » « »
Onder de deelen van het aangezigt noemden wij ten vijfde.....?
A. Ben neus.
O. Hebt ge nog ten neus? ja? niet tc huis gelaten? waar-