Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
91
;y(ven door de Sirayoe opgenomen ; de Kacjatigan en
^yCoelawlng, met welke laatste zich verscheidene rivie-
i-i, die in het gebergte Tagal ontspringen, vereenigen.
e rivier Djettis, nabij de oostelijke grenzen ■ der Re-
sidentie , loopt deels door eene uitgestrekte moeras-
sige vlakte, en neemt, niet ver van haren mond, de
rivier Golang in hare bedding op. Weteringen en
waterleidingen zijn en worden gegraven tot verbetering
van het binnenlandsch verkeer, ter afleiding van hec
overtollige water en tot het aanleggen van natte rijst-
velden.
Door de wellen en bronnen, die, in niet geringe
hoeveelheid, op Kamhangan ontspringen, worden ver-
schillende riviertjes gevormd, die soms onder een' of
wel meer bergen, welke meest van middelbare hoogte
zijn, langs onderaardsche gangen doorloopen , alvorens
hare wateren in zee te ontlasten.
Voortbrengselen. Rijst, suiker, indigo, koffij en ka-
neel , buffels en veel visch, vooral omtrent het ei-
land Kamhangan, daaronder de kakap - balanak en
de suring.
Men meent, dat Kamhangan rijk is aan zeldzame plan-
ten en gewassen; onder deze noemt men verscheidene nar-
cotische planten en de keizersbloem, die, bij de plegtige
huldiging des Keizers van Solo, door Priesters van den
zuidoosthoek des eilands moet gehaald worden; alsmede
de fraaije bloem of woekerplant patina, tot nu toe
elders op Java niet ontdekt.
Verdeeling. In vier afdeelingen, die elk een' As-
sistent-Resident 'hebben, als: Bandjar-Negara,
Tjilatjap, Poerwokerta en Poerbolingo.
De voornaamste plaatsen zijn:
Banjoemaas, de hoofdplaats, aan de rivier Sirayoe,
niet ver van de plaats, waar deze de wateren van de
Koelawing in zich opneemt, en vijftien palen van haren
mond gelegen, goed gebouwd, welbevolkt en met
een fraai paleis of dalem van den Regent. Het fort
strekt tot woning van den Resident.
Tjilatjap, een klein vlek op de zuidkust, volgens
sommigen niet zeer gezond, gelegen aan de baai van
denzeifäen naam, en tegen den Indischen Oceaan ge-
dekt door het eiland Kamhangan. Voor weinige jaren
was de baai Tjilatjap nog eene schuilplaats voor zee-
roovers, door wie de rustige en nijvere bevolking uit
die

1