Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
8U
bgna 2000 voeten in doorsnede, door een aantal
zwavelpoelen omringd, waaruit bestendig witte rook-
zuilen of heete zwaveldampen opstijgen, of kokende
zwavel opwelt. — De Kawa-Dornas, of berg van 800
holen, heeft met der daad eene menigte holen of sple-
ten , die rook- en zwaveldampen laten ontsnappen.
Een der kraters van dezen berg behoort tot de grootste
van Java; op den bodem is in het midden een zwa-
vel meertje.
In 1833, 1834 en 1S35 hebben in den Vulkani-
schen bodem dezer Residentie plotselinge verzakkingen
plaats gehad, bij eene van welke 23 menschen zijn
omgekomen.
Rivieren en andere wateren. Onder de rivieren, wel-
ke naar het noorden stroomen , komen vooral in aanmer-
king de Tjitarom of Tjitaroem , de Tjimaleyoe en de
Tjimanok; en, als naar het zuiden stroomende , de
Ijibarenok, de Tjikarang, de Tjiboeni, de Tji-da-
mar , de Tjilaki en vele andere, maar vooral de
Tjimatrie. — De Tjitaroem ontspringt uit een moe-
ras , stroomt noordelijk van den berg Soembong
door de vlakte van Bandong, en'heeft reeds eene be-
langrijke breedte, wanneer zij, in een zwaar bosch
omstreeks Radja - Mandala, zich in twee armen ver-
deelt; de eene verliest zich in eene grot, loopt een'
paal ver onder den berg door, en komt langs onder-
scheidene openingen weder te voorschijn. — De Tji-
matrie heeft haren oorsprong nabij de kraters van den
Tankoeban - Prahn , vloeit door het district Tjiloko-
tot, vormt een uitgebreid meer en verscheidene water-
vallen, waaronder die van Boegberag en die van Oelat
de voornaamste zijn; bij den eersten stort de zware
waterzuil, langs een' steilen rotswand, ruim 90 voeten
naar beneden; die van Oelat is grootsch; de rivier
stort zich in eene diepe kloof van 160 voet, waar het
oog haar schemerend volgt. —■ Onder de meren is Ra-
noe - Bagandit, drie palen in omvang, het grootste. —
Aan of op de Vuurbergen Gedee, Patoeha, Tankoe-
ban-Prahn en Telaga-Bodas zijn zwavelmeren en voor-
al aan den Gedee en den Tankoeban - Prahn heete bron-
nen. — Aan den Telaga-Bodas heeft men zwavelachtige
zuurbronnen, wier water voor zeer schadelijk, zelfs
voor doodelijk wordt gehouden. — Op eene hoogte van
6500 voet is de wilde Tjikondoel reeds eene rivier;
zij