Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
87
zwaar geboomte bedekt, waarvan het hout, om de veel-
vuldige kloven, niet kan weggehaald worden; vooral be-
vinden zich hier Vulkanen, als de Gcdcc , de Patocha,
de Tankoeban - Prahn, de Goentoer, de Papandayajig
en de Telaga- Bodas, van welke de meeste reeds vroe-
ger genoemd zijn, en die, de eene meer de andere
minder, dikwijls de geheele landstreek met schrik en
angst vervullen, en in wier diepe kolken zicli voort-
durend zwavel- en waterdampen ontwikkelen. — Dc
uitbarsting van den Goentoer of Galoëng-Goërig, op
den 8s'en October, 1822, was verschrikkelijk: 88 dor-
pen of gehuchten werden vernield, en ruim 4000 men-
schen verloren het leven. — De Gedee heeft verschei-
dene toppen; de hoogste, de Pangerango, is niet meer
brakend; eigenlijk heeft de berg twee kraters, doch
onder de bevolking weet men weinig meer van vroe-
gere uitbarstingen, die evenwel door verschillende lava-
beddingen en lava - ruggen bewezen worden; een dier
voormalige lava-stroomen is 100 voet dik, 700 k 800
voet breed en wel twee palen lang. Behalve in 1761,
herinnerde men zich geene uitbarsting, toen , in October,
1834, de Gedee aanzienlijke schade veroorzaakte omstreeks
Tjipannas en in de rigting van Buitenzorg en Batavia. —
De krater van den Patoelia, ongeveer 600 voeten lager
dan de hoogste top, is eene ruime ronde kom, door een
hoog gebergte en , in het zuidoosten, door een' hoogen
en stellen rotswand ingesloten. Die kom is gevuld met
warm , blaauvvaclitig wit water van sterken aluinsmaak;
de bodem der kom bestaat uit aluinaarde, en de kanten zijn
met zuivere zwavel bedekt. Dezelfde berg heeft hooger
een' voormaligen krater; thans groeijen er verschillen-
de planten en heesters. — De Tankoeban - Prahn heeft
een' trechter van aanzienlijke diepte, op welks bodem ,
ruim 1000 voeten dieper dan de hoogste bergwand,
zich twee kraters bevinden. De westelijke krater Opas,
waarin het vuur triet meer werkzaam is, wordt door
een' rotsmuur, ruim 150 voeten hoog en nagenoeg 100
voeten dik, van den grooten en werkzamen krater
gescheiden. Deze kolk Katoe, van ruim 470 voeten
middellijn, is gevuld met blaauwaclitig zwavelwater,
dat rookt en kookt cn bruist , en "door bobbelend
ruischen den bezoeker met angst vervult. — Op
den Telaga - r>odas is, ter hoogte van 4500 voet bo-
ven den waterspiegel der zee, een zwavelmeer van
F 4 bij-