Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
«4
Pakkies, niet ver van ellcander, beide vrij diep, liet
laatste drie palen , het andere iets minder van omvang.
Pakkies ligt iioo voet boven de zee, Klakka ongeveer
100 voeten hooger.
Voortbrengselen. De grond is zeer vruchtbaar en
geeft veel voortreffelijke koffij; verder suiker en rijst. Het
aanleggen van waterleidingen bevordert de uitbreiding van
den 'landbouw (*). De uitgestrekte bosschen van deze
landstreek bevatten eenen rijkdom van boomen en gewas-
sen , vooral ten oosten van het Idjingsche Gebergte,
en wel soorten, welke in her westen van Java of zeld-
zaam of welligt in het geheel niet te vinden zijn. Zoo
wordt de Javaansche vergifboom (pohon-oepas of ant-
jar), een hooge zware boom, in de bosschen aldaar
menigvuldiger dan ergens op Java aangetroffen; hij
schijnt ook op Borneo, Sumatra en elders te groei-
jen, doch niet in de eigenlijke Molukken. Het sap
of de door insnijding verkregen gom van den antjar
en dat van den meer zeldzamen tjilak (een' heester,
evenzeer, zoo niet meer nog, voor hoogst vergiftig uit-
gekreten) wordt, hoewel op zich zelf reeds nadeelig,
eigenlijk eerst tot vergif (f) door vermenging met
andere zelfstandigheden uit het Plantenrijk. Men kan
dus alles, wat over den oepas-hoorn verspreid is, die
eenen geheelen omtrek zou verpesten en in wiens nabij-
heid geen mensch of dier in het leven zou kunnen blij-
ven , als sprookjes beschouwen. Verder zijn er veie
buffels , paarden , ossen, schapen, maar ook groote
tijgers en andere wilde dieren. Ook tracht men de kon-
zenilje • teelt in te voeren. In de nabijheid der kust in
Straat Balie is parelvisscherij; doch de paarlen zijn niet
groot en van weinig waarde. De parelduikers oefenen
hun
(*) Volgens de jongste berigten, heeft men in deze Re-
sidentie eene proef genomen met het bereiden van indigo
uit eene plant, genaamd langking, die hier door de inwoners
als tweede gewas wordt gebouwd en zeer voldoet, daar,
volgens scheikundig onderzoek, de verfstof uit deze plant
overvloediger is, dan die uit de gewoonlijk hiertoe gebruikt
wordende plant taroen - kambang. Men zal de proeven op
eene grootere schaal herhalen,
(t) Eene kat stierf bij verwonding met dit vergif in 15
minuten , een buffel in 2 uren en 10 minuten.