Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
81
ue-eijeren zijn gezouten eenden-eijeren, waarvan in
andere gedeelten van Java veel werk wordt gemaakt.
Er zijn arak - stokerijen, steen-, potten- en pannenbakke-
rijen. Eetbare vogelnestjes léveren de kalkrotsen, welke
op de eilandjes Sempoe en Balie • Rembang, nabij de
zuidkust der Residentie gelegen, worden aangetroffen.
Verdeeling. In de afdeeling Passoeroewang, Malang
(Assistent-Residentie) en Bangil.
De voornaamste plaats is:
Passoeroewang, aan' de kleine rivier Gembong, met
eene goede reede, door het fort Felix beschermd.
Deze stad is vrij aanzienlijk; zij bevat weinig oude
huizen, dewijl zij veel geleden heeft bij de vermees-
tering in het begin der i8de eeuw. Eene groote brug
over de rivier, welke midden door de stad loopt, eene
nieuwe nette kerk, het Residentie-Huis, aanzienlijke
woningen van inlandsche Grooten en een ruim plein
strekken der stad tot sieraad. Door afstammelingen
van Europeërs , die hier gevestigd zijn, wordt veel han-
del gedreven.
Schepen, die langs deze zijde, en dus door den Trech-
ter , zoo als het vaarwater wordt genoemd, naar Soera-
baia willen opzeilen , nemen te Passoeroewang loodsen.
Oudheden. Men vindt hier overblijfselen van een'
muur van gebakken' steen, van Berg Kawie af tot aan de
zuidkust, denkelijk in vroegeren tijd ter beveiliging tegen
overvallen van den woeligen nabuur opgerigt. Te An-
tang, Malang enz. zijn puinen, en steenen met op-
schriften in de Kawi-taal. Nabij Gempol, op een eiland-
je, in een niet groot meer, staan twee kolossale beel-
den , die vermoedelijk tot een' tempel hebben behoord.
Daaromstreeks is een tempel of welligt eene grafstede of
mausoleum , uitwendig vierkant, doch inwendig koepels-
wijze gebouwd. Te Blakan zijn overblijfsels van een'
uitgebreiden tempel, alsmede van groote beelden en twee
vierkante gemetselde waterkommen of tanken , aan de
eene van welke men twee vrouwebeelden ziet. Nabij
Jabong zijn twee Hindoesche tempels, de grootste
rond met een koepeldak, ongeveer 60 voeten hoog,
en spaarzaam met beeldwerk versierd. Te midden der
puinen van Singo-Sarie treft men overblijfselen aan
van eenen tempel, uitwendig met nissen voorzien;
aldaar zijn gevonden reusachtige beelden, 12 voet hoog,
uit éën stuk gehouwen, in eene zittende houding;
F on-