Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
80
Ook lieeft men op dit gebergte weleens ^s gevonden.
In het midden van het Tingersche Gebergte, waarvan
de hoogste top 8000 voet is, ontmoet men een' Vuur-
berg, die in het begin dezer eeuw, en sedert dien tijd
meermalen, zelfs nog in 1829, zand heeft uitgewor-
pen , in vroegere tijden ook gloeijende lava (*).
Rivieren en andere wateren. De rivieren zijn van
weinig beteekenis; doch de meren zijn belangrijk.
Het meer Ranoe - Klindongan, of het Binnenwater
van Grattee, dat eene uitgestrektheid heeft van 130290
v. Rijnl. roeden, is het verblijf van eene menigte
kaaimans, waaraan de naburige inwoners, even als
ook elders op Java gebeurt, zekere godsdienstige
eer bewijzen. De kom of vijver Banjoe-Biroe, of
Blaauw - water, ongeveer 60 voeten lang, verdient dien
naam van wege de doorschijnende helderheid, welke
toelaat, dat zelfs in het midden, ter diepte van 40
voet, op den bodem ook kleine voorwerpen kunnen
onderscheiden worden. Er is veel visch in; maar,
daar deze een voorwerp van eerbied is voor de Ja-
vanen, zoo mag ze niet gevangen worden. Drie merk-
waardige watervallen vormen bij het grootsche en in-
drukmakende van het natuurverschijnsel een verrukke-
lijk en prachtig landschap; die van Trettes-Banjor
heeft de ontzagwekkende hoogte van ongeveer 300
voeten.
Voortbrengselen. Suiker en koffij wordt hier veel ge-
bouwd; ook tabak, rijst, kaneel, katoen en indip.
De aardappelen uit dit landschap zijn zeer gewild.
De koelere lucht in het bergachtig gedeelte der Re-
sidentie veroorlooft de teelt ook van Europesche
voortbrengselen , als: tarwe, rogge enz., groenten en
zelfs fijne vruchten , waaronder vooral smakelijke
perziken. Verscheidene oude fraaije waringa-boomen
worden er gevonden, waaronder van groote uitge-
breidheid, welligt de fraaiste van het geheele eiland;
verder heeft men er buffels, paarden, rundvee en
huisdieren, rhinocerossen en andere wilde dieren, ge-
vogelte, rivier- en zeevisch. De zoogenoemde Grat-
(*) Het Tinger • Gebergte, en ook Berg Brama, de Zand-
zee enz., zijn, in Junij, 1837, bezocht geworden door Z.
K. H. Prins Hendrik, Zoon van Z. M. den Koning.