Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
Straat Madoera, ten oosten aan dezelfde Straat,
aan de Residentie Bezoekie en aan de Indische Zee,
aan welke laatste zij ook ten zuiden grenst, en ten wes-
ten aan de Residentiën Soerabaia en Kedirie, en bevat
op 95 V. m. 240000 inwoners.
Luchtgesteldheid. De nachten zijn hier koel, de da-
gen vooral aan de kust zeer heet; de lucht is over het
algemeen zuiver en gezond, maar in het drooge jaarge-
tijde dikwijls schraal en scherp. Men heeft er zelden
stormen en onweders.
Bergen. De hoogste berg van het geheele eiland ligt
in het zuidoosten der Residentie; deze is de Maha-
mero of Serniroe, ook weieens Smeroe genoemd, na-
genoeg 13000 voeten hoog; de kruin is kaal en zon-
der den minsten plantengroei. De Mahamero heeft drie
toppen; een derzelve heeft een' krater, doch deze is
met asch en steenen gevuld; een andere, de hoog-
ste, heeft geen' krater; slechts één top heeft een'
werkzamen krater, die nog voor weinige jaren heete
asch uitwierp. — De Brama, volgens Hindoesche
overleveringen de heilige berg, is een voorwerp van
godsdienstige vereering. Hevige uitbarstingen van dezen
Vuurberg hebben soms de omstreken met heete asch
bedekt, of door de lava groote schade veroorzaakt;
de Dassar, of zoogenoemde Zandzee, is door eene
uitbarsting van den Brama ontstaan. Nog in Novem-
ber , 1829, heeft die berg zoo veel heete asch,
zand en steenklompen uitgeworpen, dat den ii^en
op het midden van den dag er eene zoo dikke duister-
nis ontstond, dat men, zelfs op geruimen afstand,
te Passoeroewang, zonder kaarslicht, niet lezen kon.
Thans kan die krater geacht worden te zijn uitgedoofd,
daar hij zich onlangs geheel met water gevuld heeft. —
De berg Kawie heeft in het zuidwesten eene zoute
bron. — De Ardjoena, 10600 voet hoog, toont zich
werkzaam door steeds opstijgenden rook; aan de hel-
ling of den voet zijn bronnen van aardolie (jiaphta of
minjak-tana) en heete mineraal - bronnen van verschil-
lenden aard. Het Tingersche Gebergte behoort eigenlijk
tot de groote bergketen, en strekt zich van het westen
naar het oosten uit. De grond is aldaar bij uitstek vrucht-
baar , en levert niet enkel voortbrengselen, die tusschen
de keerkringen te huis behooren, maar ook gewassen van
de gematigde en zelfs van de koudere luchtstreken op.
Ook