Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
Maikcra eene zeeëngte vormt; verder oostwaarts Gil-
jocn , het grootste, Sapocda, Kabas, de kleine eilandjes
Pandjatigang, Tondok, de vier Gebroeders, Urk en
het grootere Kangelang of Kangehatig, en de nabij de
oostkust van Kangelang gelegene eilandjes , als ook de
noordwaarts gelegene WéiV^t Kalkoens - Eilanden ; — voorts
Poeteran of Talangs, Glllia - Lawater, Gillia - Gouting ,
Gillie - Radja , Gillie - Juigang of Gillie - Jng, alle
omstreeks de baai van Soemanap, de Lalaribor-grot^
en Bandigan of Bokken - Eiland.
Oudheden.
In eigenlijk Madoera:
Twee ontzettende reuzenbeelden staan, even als bij
de Bramijnsche tempels op Java, aan den weg bij
Bangkallang. — De Vorstelijke graven zijn belangrijk
van wege het graf van Ayoi-Tjepret, dochtertje
van den Pangeran Sindong-Kamal, omringd door
de veertig graven der vrouwelijke bedienden, door wier
onoplettendheid het meisje in kokend was viel en
stierf. De veertig ongelukkigen werden alle gewurgd. —
Niet ver van daar zijn de twee bronnen Jyer-Mota
(water der oogen), ontstaan, volgens de overlevering,
door den rouw van eenen bruidegom , wiens bruid door
den duivel (jatang) was weggehaald.
In Soemanap :
Te Pajong zijn eenige overblijfselen van eenen Hin-
doeschen tempel, en men heeft er een beeld van Sie-
va en een van Boedho gevonden. Onder de Vorste-
lijke graven munt vooral uit het mausoleum, door den
eersten Sultan van Soemanap voor zijnen vader, den Pa-
numbahan Nata Goesoema, op eenen heuvel ge-
sticht; het is van galerijen omringd, uit welker midden
een koepel rijst, die veel overeenkomst heeft met de
Moorsche bouworde; midden onder den koepel is het
graf, geheel gedekt met inlandsch albast.
ii. De Residentie passoeroewang
grenst ten noorden aan de Residentie Soerabaia en
Straat