Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
T
76
Nederlandschen Leeuw geschonken, tot erkentenis van
hunne trouwe diensten, in den oorlog tegen Diepo-
Negoro bewezen. Deze Vorsten regeren willekeu-
rig , maar raadplegen, door tusschenkomst van den Rijks-
bestuurder, met den Assistent - Resident van Bangkal-
lang, of, voor zooveel de Rijken van Soemanap en van
Pamakassang aangaat, met dien te Soemanap, in be-
langrijke zaken ook met den Resident van Soerabaia;
tot dat einde doen zij van tijd tot tijd een reisje, om
met hem te spreken, terwijl deze weieens wederkeerig
de Vorstelijke Residentiën bezoekt.
Verdeeling. Twee Rijken: Bangkallang of eigenlijk
Madoera ten westen en Soemanap ten oosten, en het
Vorstendom Pamakassang tusschen beide.
De voornaamste plaatsen zijn:
In het Kijk Madoera:
Bangkallang, de hoofdstad, niet ver van het wester-
strand gelegen, is ruim en volkrijk. Het paleis of de
kraton van den Sultan is zeer groot en bevat vele kost-
baarheden. Het Nederlandsche fort, in 1747 gebouwd,
dient tot verblijf van den Assistent - Resident, terwijl
hier verscheidene Nederlanders gevestigd zijn; te hunnen
behoeve is hier eene kerk.
Arosahaja, of Arosbaja , was te voren eene haven,
doch, door aanslibbing van Straat Madoera, is zij thans
op eene mijl afstands van de zee. Het is een bloeijend
vlek en een welbevolkt en welvarend landschap. Hier
landde Cornelis Houtman in 1596 en W. van
Waerwijck ruim twee jaren later ; beide werden vij-
andelijk ontvangen en hadden eene bloedige ontmoeting
met de ingezetenen.
Er is hier weverij van zoogenoemde Javasche kleedjes,
veel vischvangst, zoutpannen, vogelnestjes en klapper-
en katjang-olie.
In het Vorstendom Pamakassang:
Pamakassang. Deze hoofdplaats heeft, behalve het in
1831 door den Panumbahan gebouwde dalem of paleis,
veel te prachtig voor dit kleine Landje, niets belang-
rijks.
Er is uitvoer van olie en rundvee; voor rekening van
den