Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
De ruïnen van de prachtige en uitgestrekte hoofdstad
Madjapahit liggen tusschen japang en Wirosobo; doch
er is weinig van te zien,' hoezeer de stad eerst se-
dert vier eeuwen is verwoest, ten deele van wege den
hevigen brand, die er heeft gewoed, ten deele wegens
den sterken plantengroei, die overal op Java alles
overdekt. Vervallene tempels en half ingestorte bogen
bevinden zich te midden van digt bosch. Slechts één
overblijfsel is nog in goeden staat: een tarik of gemet-
selde vijver, I200 voet lang, 545 voet breed en 10voet
diep, omringd met eenen muur van groote steenen. Te
Ketamn ziet men eenige beelden , eene badkom en an-
dere oudheden; te Jotto - Toendo een gemetseld bad, dat
het water ontvangt uit den berg, waar het bad tegen-
aan ligt, aan die zijde versierd met beelden en nis-
sen , alsmede fraai loofwerk; niet ver van daar te Je-
dong vijf vervallen tempels, eene grot en een beeldje.
God Sieva voorstellende. — Te Soerabaia is een groot
steenen beeld onder een' steenen zonnescherm {payong,
onderscheidingsteeken van de Aanzienlijken, in kleur als
anderzins, naar mate van het aanzien des gebruikers
verschillend), dat mede tot de Boedhobehoort
en uit de bosschen daarheen gevoerd is. De Java-
nen brengen aan dit beeld hunne gebeden en offeran-
rden.
Tot de vestiging der leer van Mohammed heb-
ben betrekking: eene kleine moskee, op den berg
achter Grissee, welke men beweert, door Sheik M 0 e-
1 a n a gesticht te zijn; hierheen gaat men ter bede-
vaart, om dezen Profeet van den Islam voor herstel
van zware ziekte en andere uitredding te danken; — eenige
grafsteden in het dorp Leerang, welke door de Javanen
in hooge eere gehouden worden, en alwaar onder an-
dere het- graf is van Poetrie Dewie Laharie, ook
Ratoe Agong genoemd , eene vrouw, die met Ibn
Moelana veel tot uitbreiding van den Islam heeft
bijgedragen. — Het graf van Radien Pakoe, met
de wonderdadige kris, ligt mede niet ver van daar.
Het Eiland madoera
verdient, om zijne belangrijkheid voor ons Gouver-
nement , wel eene bijzondere beschrijving. Het ligt ten
noorden en oosten aan de Zee van Java en ten zui-
den