Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
eo
en Samaratig; zij bevat op 94 v. m. rukn 160000
inwoners. i
Luchtgesteldheid. Aan de kusten en in den óm-
trek van dezelve zeer heet en voor velen ongezond,
doch verder zuidelijk meer frisch en koel, en dus ge-
zonder.
Bergen. Van het westen naar het oosten loopt door
deze Residentie eene niet hooge bergketen, die uit kalk-
rots bestaat; over het algemeen is de grond vlak; langs
de kust draagt de bodem minder blijken van aanslibbing,
dan meer westwaarts, langs de noordkust van Java, het
geval is.
Rivieren en andere wateren. De rivier van Rem-
bang, de Lassem en eenige kleinere. Voor den rijst-
bouw bestaan onderscheidene waterleidingen. Niet ver
van Toeban treft men in zee eene bron van zoet water
aan.
Voortbrengselen. Aanzienlijke bosschen, als de
Blandongs, Sedan, Djatie - Rogo enz., vooral ook
met jati-hout, en die bijzonder voor den scheeps-
bouw van veel belang zijn, zoodat over dezelve een
afzonderlijk toezigt bestaat. Verder heeft men er rijst,
suiker, jagong , koffij, buffels en paarden, gevogelte,
zee- en riviervisch, en bij Paradesi zout.
Verdeeling. In de Assistent - Residentiën Toeban en
Bodjonegoro, en de afdeeling Blora.
De voornaamste plaatsen zijn:
Rembang, eene der beste havens van Java, welker
westhoek Oedjong - Boender vrij diep in zee uitsteekt.
Eenige eilandjes, en daaronder de twee Gebroeders en
eenige zandbanken, dekken de haven, welke door een
fort beschermd wordt. De stad vertoont levendigheid en
welvaart, vooral door den handel in scheepstimmerliout,
en de timmerwerven, waarop, onder andere in 1835, twee
Gouvernements - schoeners gebouwd zijn. De zoutkeet,
welke niet ver van de stad ligt en voortreffelijk zout
levert, brengt ook vertier aan. Eene ruime kazerne en
goed hospitaal, alsmede het fraaije Residentie-Huis, op
eenigen afstand achter de stad, verdienen genoemd te
worden.
Bantjar, eene volkrijke stad met eene goede haven; zij
had verscheidene scheepstimmerwerven, waar men ook
brikkeu en schoeners voor het Gouvernement bouwt,
totdat, tijdens den opstand van Diepo-Negoro,
E 3 bij