Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ni
(). De Residentie pekalongan
grenst ten noorden aan de Zee van Java, ten oosten
aan de Residentiën Sarnarang en hagelen, ten zuiden
aan Bagelen en ten westen aan de Residentie Tagal, en
bevat op 29 v. m. ruim 152000 inwoners.
Luchtgesteldheid. Aan de icust heet, naar binnen,
waar het hooger is, lioeler; de lucht wordt voor zeer
gezond gehouden.
Bergen. In het zuiden wordt Pekalongan door ge-
bergte omgeven, waar zich de Vuurberg Prahoe of
Prahn aansluit. De Prahn en de Soendoro behooren
onder de hoogste bergen; de eerste ligt deels in de
Kadoe; de laatste vormt de grensscheiding tusschen
Pekalongan, Kadoe en Bagelen. In deze gebergten
ontmoet men grootere en kleinere kommen of meertjes,
ook heete bronnen , waarvan het water meer of minder
met zwavel bezwangerd en ten deele witachtig van
kleur is. Ook bestaat, op enkele plaatsen , de bodem
uit heeten zwavelmodder, slechts met eene dunne korst
bedekt. In het gebergte Djing heeft de krater Ton-
drodi-Moeko, welke in eene diepte ligt en 200 voet
middellijn beslaat, drie steeds kokende en borrelen-
de zwavelbronnen; in de nabijheid dier bronnen kan
men door den grond als eene korst heenstooten, en
heeft dan dadelijk heeten zwavelmodder. In hetzelfde
gebergte ligt het meer Mindjir, ter hoogte van
4500 voet, dat zeer groot is en aan de kanten 27
vademen diepte heeft. Het water is helder en goed
van smaak. Veel hooger ligt het veelkleurig meer,
Telaga - Warna, dat geheel door steile rotswanden is
ingesloten en uit dien hoofde niet van nabij is onder-
zocht.
Tusschen de Djing en de Soendoro ligt de stikvallei,
aan welker aanwezen door zoo velen getwijfeld wordt.
Deze stikvallei, vallei des doods of dal der levens-
moeden {^Perkarandar^, is van geringe uitgestrektheid,
kan gemakkelijk overzien worden en is slechts langs
één voetpad te betreden. Het schijnt, dat een hond er
een half uur in zijn kan, alvorens te sterven; doch ook
een mensch kan er het leven laten, wanneer hij op
den grond gaat liggen, omdat, naar men meent, de
stiklucht niet hooger dan twee tot drie voet zich boven
den bodem der vallei verheft. In. het dal zelf groeit
noch