Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
rang , die bij Ontong - Java in zee loopt, de Tjiliwong,
de Tjibet en de Tjitarum, doch zij zijn hier slechts ge-
deeltelijk bevaarbaar. Op het landgoed Sading, aan den
voet van den berg Salak, stort de rivier Tjiapoer, die
uit eene klove ontspringt, door eene opening uit de
rots, met eene waterkolom van 12 voet breed en 3
tot 4 voet dik en eene diepte van 150 voet, en
vormt eenen prachtigen en ontzagverwekkenden water-
val. De Tjikondoel, reeds tot eene niet onbelangrijke
rivier aangezwollen , stort langs een' rotswand in twee
waterzuilen neder, waarvan de oostelijke, 20 voet
breed en 80 voet hoog, reeds menigen rotsklomp in
de diepte heeft medegevoerd; de andere valt 160 voet
diep in een uitgehoold rotsbekken en werpt dikke wolken
van stofregen in het rond. Nog veel hooger dringen
de bronnen eener andere rivier, met overvloed van
water, uit de rots te voorschijn. Drie zuilen, de
eene van 25 voet breed, storten hier en daar, in
gebroken bogt of val, in eene diepte van 200 voet;
dezelve schuimen en bruisen en woelen en banen zich
met geweld tusschen de rotsklompen eenen weg, om
weder tot ééne massa water vereenigd voort te stroomen.
Men heeft hier onderscheidene kanalen ten behoeve
van den landbouw gegraven; het voornaamste is Selokan
of Seroekan, ook Kali-Baroe (nieuwe vaart) genoemd,
daar het dient om de voortbrengselen dezer Assistent-
Residentie naar Batavia te vervoeren, tot welk einde,
als ook tot het aanleggen van nieuwe rijstvelden, nog
verscheidene vaarten gegraven worden.
Tusschen de bergen Geger - Bintang en Batoe ligt,
6000 voet boven de zee, een uitgestrekt moeras in
eene heeriijk vruchtbare landstreek. — Er zijn twee
bronnen, waarin het hout versteent, benevens twee
minerale bronnen, eene op den berg Hansawang en
eene op den berg Kapoetian.
Voortbrengselen. Rijst, koffij, suiker enz., even
als elders op Java, veel uitmuntend timmerhout en
onderscheidene wilde vruchtboomen. Veel buffels, rund-
vee, paarden, wild en gevogelte, ook tijgers en rhi-
nocerossen en weinig visch, alsmede vogelnestjes (zie
hieronder).
Verdeeling. De Assistent - Residentie is verdeeld in
5 districten: Buitenzorg, Parong, Tjibinong, Djas-
singa en Tjibaroessa.
D 3 De