Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Vcrdeeling. De Residentie wordt verdeeld in drie
Afdeelingen of Regentschappen, als Ceram ten noor-
den , het meest bevolkte en vruchtbaarste, Lebak ten
zuiden en Tjiringin ten westen, die elk een inlandsch
Hoofd en de beide laatste nog eenen Nederiandschen
Assistent-Resident hebben, terwijl zij weder in ver-
scheidene districten en onder-districten verdeeld worden.
De voornaamste plaatsen zijn:
Serang of Ceram , de hoofdplaats, binnen 's lands ge-
legen, het verblijf van den Resident. Er is een fort
met eene kazerne, eene moskee en steenen gevangenis;
terwijl de langs dit vlek loopende rivier zich ontlast in
de baai van Bantam. Op het plein levert het gezigt
op den berg Karang een schoon schouwspel op.
Bantam, de voormalige hoofdstad van den Bantamschen
Vorst, thans zeer vervallen en grootendeels in puin,
doch bij den aanvang der eeuw bloeijend en aan-
zienlijk door uitgebreiden handel, tot zelfs op CM?a
en de Kust van Koromandel. Het fort Speelmjk, naar
den Gouverneur - Generaal Speelman genoemd, was
eene belangrijke sterkte, doch is sedert het einde der
18"^® eeuw vervallen, en wordt niet meer onderhouden
nadat het Rijk Bantam met de Nederlandsche Bezittingen
is vereenigd. Het paleis van den laatsten Sultan,
de Vorstelijke graven, twee fraaije waringa - boomen
en het graf van den Overwinnaar Hassan-Oedien
zijn belangrijk. De ruime baai is thans verslijkt en
zonder leven. Onder de eilandjes, in de baai gele-
gen , is Pandjang het voornaamste en wel bevolkt,
zoo het schijnt door Boeginezen; het drinkwater moet
er van Bantam worden aangevoerd.
Anjer, een niet onaanzienlijk vlek aan Straat Soenda,
met een klein fort, het gewone verblijf van den As-
sistent-Resident van Ceram. Van hier heeft de ge-
meenschap met de Lampongs op Sumatra plaats en
wordt eenige handel met de overliggende kust ge-
dreven. Meerder verkeer brengen de schepen aan,
welke uit Europa of Amerika door Straat Soenda ko-
men ; die naar Batavia bestemd zijn, geven hier hunne
brieven af, en die naar het Moederiand stevenen, ont-
vangen te dezer plaatse de laatste brieven. Eene water-
leiding voert uit liet gebergte zeer goed drinkwater aan,
tot gerijf der schepen.
Te Anjer neemt de groote postweg een' aanvang,
wel-