Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
/iü
Preaiigcr-Kcgenlsc/iappm en de Assistent - Residentie
Buitenzorg bepaald. Zij bevat op 150 v. in. 335100
inwoners.
Luchtgesteldheid. De binnenlanden hebben eene zui-
vere lucht, met zeer verkoelende regens en zijn uiter-
mate gezond; doch ten noorden is de grond laag en
moerassig en zoowel als ten zuiden, waar heete winden
waaijen, ongezond.
Bergen. Men heeft hier de bergketen Goenong-
Kandang, de Piek van Anjer, het gebergte Bodjo-
Negara en het Duizend-Gebergte of Goenong-Sa-
riboe. Uit de kraters van den Karang en den
Poelassarie, beide tusschen 5000 en 6000 voeten hoog,
stijgen nog van tijd tot tijd zwaveldampen op.
Berg Tangkil heeft grotten of onderaardsche gangen,
langs welke de rivier Sawama, ter lengte van aooo
voet, onder dezen berg doorloopt.
Rivieren en andere wateren. De voornaamste ri-
vieren zijn: de Tjidoerian, veelal Tjikandie genoemd,
die in het Buitenzorgsche ontspringt, en de Tji-
Oedjong, die zich omstreeks Koelilit met twee an-
dere rivieren vereenigt, den naam Pontang aanneemt
en voorts door de gracht (kali) Tirtajasa gemeen-
schap met de Tjikandie heeft. De Tji-Oedjojig
heeft haren oorsprong in het Kandang-Gebergte,
en vormt omstreeks Djoeroek-Boegies verscheidene
watervallen, welke met het omliggende landschap de
schilderachtigste gezigten opleveren. — Men heeft in
1835 begonnen met een groot meer, in het district
Tjiomas, na wegruiming eener zware rotsmassa, af te
leiden, om het aan den rijstbouw dienstbaar te ma-
ken , gelijk men hiertoe ook eenige moerassen, die hier
menigvuldig zijn, heeft ingerigt. — Er zijn koude en
warme zwavel- , ook gezondheidsbronnen.
Voortbrengselen. De b.rgen zijn veelal met geboomte
bedekt; er wordt rijst, koffij, indigo en suiker gebouwd,
kokosnoten, bamboes enz. zijn er overvloedig; in
de bosschen zijn tijgers, in het gebergte rhinocerossen;
ook zijn er vele slangen, krokodillen enz.; de tamme
buffels en geiten zijn er menigvuldig. In de nabijheid
van Lebak zijn steenkoolmijnen, waarvan men koolteer
maakt; de ijzeraarde is te onbeduidend om bewerkt te
worden. Op verschillende plaatsen vindt men ver-
steend hout en in de uitgebrande kraters zwavel.
Ver.