Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
Prinseneiland of Seilan of Pana-Itan, door de Be-
houden - Passage van Java gescheiden, met de ruime
Kasuaris-baai; Krakatoe met het Verlaten-Eiland,
de P oolsche - hoed en Lang - Eiland; rondom hetzelve:
Slebese- of Tamarinde-Eiland, waar, twee eeuwen
geleden, door de Engelschen een fortje werd aangelegd,
Laboeko, Brabandsch Hoedje, Dwars in den Weg
of Songiang en Toppershoedje.
b. In de baai van Bantam: Pandjang, Groot-
en Klein-Pamoedjang en andere; Pieloe-Babi of Var-
kens-Eiland, de Duizend-Eilanden, eene tot nog
toe ongetelde menigte eilandjes en klippen, waarvan
enkele bewoond en door de zoogenaamde wachters
omringd; de Hoornsche - Eilanden, Tentong, de Ag-
niete-Eilanden, de Groote-Kombuis, de Kleine-Kom-
buis, Dappoer- of Duiven- Eiland, Middelburg, Am-
sterdam, Schiedam, Rotterdam, Onrust of Kappal,
met eene scheepstimmerwerf en andere nuttige inrigtin-
gen; Purmerend of Sakiet, Edam of Dammer, bij
welke laatste nog verscheidene eilandjes in de baai van
Batavia kunnen gevoegd worden; de Boompjes - Eilan-
den , Mandalieke, veelal eene schuilplaats voor zee-
roovers; de groep van Karimon- Java, kleine eiland-
jes en boven water uitstekende klippen, en Lubok of
Cornelis - Houtman,
c. Het eiland Madoera, met de daaromstreeks ge-
legene kleine eilanden, welke bij de behandeling van
Madoera zullen vermeld worden, Manarie en Krabben-
Eiland.
d. Baroe of het nieuwe eiland, Sampoe, de Se-
groedie - Eilandjes, Kambangan of Kambaine , de beide
Travers - Eilanden, ook in Trouwers- of Travers- en
Kalappa- of Kokos - Eiland onderscheiden.
§ 13. Binnenwateren. Er zijn vele rivieren en eene
menigte spranken, alzoo er vele hooge bergen zijn;
de loop van vele is van het zuiden naar het. noorden,
of van het noorden naar het zuiden; van deze hebben
slechts weinige eene aanmerkelijke lengte. Weinige
rivieren hebben eenen oostelijken loop, en nog minder
eenen westelijken. De voornaamste zijn, van St. Ni-
kolaashoek aanvangende: de Tjikandie, de Tjitaroem,
die aan den Soembong ontspringt, en eene lengte heeft
van 40 mijlen, de Tjimanok^ de Solo, ook, als bij
uitzondering, de Bangawang genoemd, die uit het ge-
berg-