Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
Negara en Negoro, en dergelijke, dewijl de eigenlijke
klank tusschen « en o in staat. Dezelve heeft echter
meer van de a dan van de o,
In het westen van Java is de Soendasche taal die
des volks. Tot nog toe heeft men geene geschriften
in het Soendaasch gevonden, en de taal schijnt weinig
beschaafd te wezen. In Bantatn^ Batavia, Cheribon
en de Preanger - Regentschappen behoort het Soendaasch
te huis; doch de Europeërs zijn tot nog toe zeer
weinig met die taal bekend, dewijl zij, van Cheribon
af tot Bantam toe, veelal door het Maleisch is ver-
drongen.
§ lo. Middelen van Bestaan. Men vischt in de
meeste rivieren; doch de zeevisch wordt veelal, in
grooten overvloed en verscheidenheid, door de bewo-
ners der naburige eilandjes aangebragt. Landbouw is
het voorname bedrijf, en men rekent doorgaans bij
bouw, eene oppervlakte van 500 vierkante roeden. De
rijst, het voorname voedsel, wordt inzonderheid ver-
bouwd , zoowel op hooge als op lagere gronden,
welke met behulp van eene beek, rivier of meer onder
water gezet worden en een' rijken oogst opleveren;
deze heeten natte- of sawa - velden, de andere, die veel
minder opleveren, zijn tipar- of tagal - velden. De
uitvoer van rijst, te allen tijde aanzienlijk naar den
ArchipeK heeft thans ook plaats naar Europa. Koffij
en suiker zijn zeer belangrijke artikelen van uitvoer
naar Europa; ook indigo, vooral nadat deze, sedert
1825, eene meer zorgvuldige bewerking ondergaat,
kurkuma en saffloer. Tabak begint op de Europesche
markt gewild te worden; de kweeking van konzenilje,
kaneel en thee maakt op Java groote vorderingen.
Arak, meest door Chinezen gestookt, wordt in Azië
en Europa gesleten. Eetbare vogelnestjes, welke in
de holen der kalkrotsen op Java ingezameld worden,
tripang of zee-komkommer (♦), op koraalriffen ge-
vischt.
(*_) Van de tripang, eene zeepolyp, door sommigen onder
de zeeslakken gerekend, heeft men eene menigte soorten,
zoo eetbare als oneetbare. Zij worden inzonderheid door
de Chinezen gebruikt, en gelden in China tot ƒ 2 en ƒ 3
het uude pond.