Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
59
ten westen der rivier Lossarie en ten oosten van
dezelve. De eerste noemt men Soendanezen of Soen-
daners, de laatste Javanezen. Bij deze ontmoet men
meer vlugheid van 'bevatting, alsmede veelvuldige spo-
ren van letterkunde, verscheidene prachtige tempels en
beelden, die van meesterschap in de kunst getuigen.
De Javanezen zijn veelal gewoon van hunne eigene
jaartelling, jaar- en maandverdeeling enz. gebruik te
maken, en minder van de jaartelling der Arabieren,
welke de Soendanezen in tegendeel uitsluitend vol-
gen.
Het Nederlandsche Gouvernement heeft (zie bl. 15)
te Soerakarta een Instituut voor de Javaansche lette-
ren ; de Javanen hebben zoodanige inrigting te Tegal-
Sarie, waar de kweekelingen tot Geestelijken worden
opgeleid, en tegelijk onderwijs ontvangen in de leer-
stellingen van den Islam en in de geheimen en over-
leveringen der Boedhisten en Betoros.
§ 9. Taal. Het Javaansch is langs de noordkust
veel met Maleisch verbasterd, omdat aldaar, van wege
den handel, veel Maleisch gesproken wordt. De Ara-
bische taal heeft met de leer van den Islam niet dien
invloed geoefend, welken men zou hebben kunnen
verwachten. Men onderscheidt de spreektaal in Ngoko
en Kromo. Ngoko is de gebiedende taal, welke de
meerdere jegens den mindere bezigt; Kromo is de
taal van eerbied en onderdanigheid, en alzoo die van
den ondergeschikte jegens den meerdere. Daarenboven
heeft men Madhjo, dat echter geenszins den naam
van dialect verdient, en Boso-Dalam, de Hof- of
Kanselarij.-taal, waarvan b. v. een Gezant des Keizers
bij den Gouverneur - Generaal gebruik maakt. Ngoko
en Kromo zijn geheel van elkander onderscheiden; het
eerste is naauw met de talen van Hindosta?i verwant,
het tweede schijnt er niets mede gemeens te hebben.
Niet onwaarschijnlijk is het derhalve, dat de Ngoko-
taal door eene volkplanting uit Hindostan naar Java
is overgebragt. Wat de schrijftaal aangaat, zoo
ontmoet men, bij gebruik van eigennamen of die als
zoodanig voorkomen , woorden der Javaansche taal in
andere talen, en enkel n of wel ng gebezigd, al
naar mate men meer of min getrouw is aan het
Javaansche taalgebruik. Zoo ook wordt 0 en 0
verwisseld, als b. v. in Panaraga en Ponorogo,
C 4 Ne-