Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
waterleidingen, ten einde zijne sawa- of rijstvelden van
het benoodigde water te voorzien, toont hij met der daad
vernuft.
De bouwkunst is den Javaan niet onbekend; maar
hij staat daarin verre ten achteren bij zijne Voorvaders,
die, eenige eeuwen geleden, in bouw- en beeldhouwkunst
hebben uitgemunt, en daarvan in het midden van het
eiland voortreffelijke overblijfselen hebben nagelaten,
welke zelfs van smaak en verheven kunstgevoel getuigen.
Onder de Javaansche Grooten en Priesters schijnt
de zucht voor de wetenschappen een weinig le-
vendiger te worden, waartoe de meerdere beoefe-
ning der Javaansche letterkunde door de Nederlanders
hen ongetwijfeld aanspoort. Deze letterkunde bevat
vele belangrijke en fraaije voortbrengselen, die echter
tot nog toe bij den Europeer meerendeels oppervlak-
kig of in het geheel niet bekend zijn: zij bestaan
of enkel in het Kawi, of zij zijn uit de Kawi-
taal in het Javaansch, dat nog in de oudere en
nieuwere taal te onderscheiden is, overgebragt ge-
worden. Onder de voornaamste Javaansche Schrijvers
noemt men: Meno, Dewo-Roetji, Hardjoe-
no-S O sr O-B ah O e-W i WO h O en Pakoe-Boe-
won o IV, bijgenaamd B a g o e s, Keizer van Soera-
karta. Van dezen bezit men het dichtwerk Woelang-
Ngrek, waarin vele uitmuntende zedelessen voorko-
men. De Papali, een dichtstuk, uit vier zangen,
in stanza's of koppelverzen van tien regels bestaande,
behelst niet minder voortreffelijke zedelessen, en werd
vóór omtrent drie eeuwen geschreven door Vorst
Kjahi-Haging of Kjahi-Gedee-Seselo.
Een heldendicht, dat de Javanen beschouwen als be-
zingende voorvallen, van welke hun eiland het tooneel
geweest is, en waarvan zij algemeen veel werk maken,
is de Brdtd- Joedd of Groote Brdtd, eigenlijk eene
vertaling van het oude Sanskritsche heldendicht Mahd-
Bdrdta, dat zijne gebeurtenissen in Hindostan plaatst.
Door het dichtwerk Mannik - Madja (de eerste mensch),
ook Sang-Jewang-Goeroe genaamd, kan men zich
met de oorspronkelijke mythologie der Javanen bekend
maken.
In wetenschappen, letteren en kunsten, in bescha-
ving met één woord, moet men voor het overige een
wezenlijk onderscheid maken tusschen de bevolking
ten