Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
geeft, spreidt hij veel pracht ten toon en weet bij ook
Europesche gebruiken te volgen; voor het overige ech-
ter is hij in zijne levenswijze matig. De lagere klasse
vooral heeft weinig behoeften: rijst, met wat visch,
zout en (capsicum) lange peper, is genoegzaam om hem
vergenoegd te doen zijn, terwijl zijn drank zuiver water
is. Somwijlen geeft hij zich over aan het dobbelspel
of het amfioen schuiven (opium, gemengd met fijn ge-
korven' tabak, rooken), en dan is de deur voor allerlei
ondeugden geopend. Altijd draagt de Javaan, hetzij
man of vrouw, arm of rijk, de siriedoos bij zich,
want een ieder heeft het sirie- of betelblad, met een
stukje areek- of pinangnoot, wat gambier en een weinig
schulpkalk, als een klein pakje te zamengevouwen,
in den mond.
§ 7. Godsdienst. De Mohammedaansche Godsdienst
is de heerschende; doch zij is met zoo vele overblijfselen
van de vroegere godsdienstbegrippen der Javanen ver-
mengd, dat men er de leer, die geene beeldendienst
toelaat, naauwelijks in herkent. Onder de Geestelijken
vindt men dweepers; zij vooral, die eene bedevaart
naar Mekka gedaan hebben, zijn vervuld met haat
tegen alle andere eerdienst, en moeten ontzien wor-
den, als 'staande bij den Javaan in reuk van heilig-
heid. De Soendanezen worden door sommigen voor
oorspronkelijke Fetiche-dienaars gehouden, bij wie de
Hindoesche leer geene diepe wortelen geschoten heeft,
en waardoor de invoering van den Islam onder de
Soendasche bevolking minder moeijelijk geweest is
dan meer oostwaarts op Java. Men doet meer ern-
stige pogingen tot verbreiding van het Christendom dan
voorheen; en daartoe zijn vooral het Bijbel- en Zen-
delinggenootschap werkzaam, ook door vertalingen van
leerboeken in het Maleisch en in het Javaansch, alsmede
door het verspreiden van de Bijbelboeken enz. onder de
inlandsche bevolking.
§ 8. Kunsten en Wetenschappen. De Javaan is traag
van begrip en aan zijne gewoonten gehecht. Uit dien
hoofde worden verbeteringen in den landbouw of in
fabrijkmatige werkzaamheid niet gemakkelijk ingevoerd.
Handwerken of kunsten, die overleg en volharding
vereischen, zal men hem omstreeks Batavia niet zien
verrigten; in het oosten van het eiland is zoo iets
echter gansch niet zeldzaam. In het maken van
C 3 wa-