Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
3G
oostkust. Zij drijven iiandel, zijn planters, kunste-
naars , handwerkslieden, fabrikanten en landbouwers.
Listig van aard, zijn zij in hun verkeer met den Javaan
dezen veel te slim, en bejagen niet zelden woeker-
winsten. Arabieren, Maleijers, Ambonezen, Makas-
saren, Boeginezen en Baliërs wonen mede in grooter
getale langs de noordkust dan elders op Java; Ma-
doerezen ontmoet men vooral te Soerabaia en daar-
omstreeks. De Europeërs, inzonderheid de Neder-
landers en hunne afstammelingen, zijn hoofdzakelijk
aan de noordkust gezeteld, doch tevens over het
geheele eiland verspreid; zonder het krijgsvolk, rekent
men hun getal op ongeveer 5000; onder hen telt men
eenige Engelsche kooplieden en planters, enkele Fran-
schen, doch meer Duitschers, en een klein getal af-
stammelingen van Portugezen, die meest als klerken en
schrijvers gebruikt worden,
§ 6. Zedeii en Gewoonten. De Javaan heeft ge-
woonlijk niet meer dari ééne vrouw; zij helpt hem in
den arbeid, doch verrigt het ligtere werk. Daar Gods-
dienst en gewoonte de echtscheiding gemakkelijk maken,
zou men'1 alligt vermoeden, dat deze veelvuldig plaats
heeft, doch te onregte. De aanzienlijke Javaan heeft
echte vrouwen en bijwijven naar zijn vermogen; hij
houdt ook bijzondere dansmeisjes fdeze heeten Bedojos,
tervviil de openbare dansmeisjes, die een' ieder ter dien-
ste staan, Rongings genoemd worden), om hem en
zijn gezelschap met dans en muzijk te vermaken. Die
muzijk, gamelanggeheeten, bestaat uit dén of
meer groote ^o«^; (koperen of metalen bekkens), waar-
op geslagen wordt met een' hamer of stok , welks einde
met gom-elastiek is overtrokken; de kempoel (eene me-
nigte kléine gongs), even als de groote, in eene stelling
of raam hangende; de jaron-bonang, eene harmonica
van koperen of bamboezen plaatjes, in een raam ge-
spannen , cn de rebap, eene soort van tweesnarige
viool. Onder de vermaken der Grooten behoort het
steekspel; het oplaten van vliegers, dikwijls het voor-
werp van weddingschap, waarbij hij, wiens vlieger-
touw door het touw van den anderen, beide met
fijn gestampt glas bestreken, doorsneden wordt, het
spel verliest; krekelgevechten, waarbij men dikwijls
geheele dagen doorbrengt en veel geld verwedt.
In de feesten, welke de Aanzienlijke aan Europeërs
geeft,
yffiiii