Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
55
is liet inet de paarten, welke in de nabijheid der
zuidkust gevischt worden.
§ 5. Imvoners. De Javaansche bevolking bedraagt
nagenoeg 7000000 zielen, onderscheiden in Soendaas,
of Soendanezen, en Javanen, de eerste woonachtig ten
westen van de rivier Lossarie, op de grenzen van het
Cheribonsche gebied, de laatste ten oosten van die rivier.
Het is opmerkelijk, dat, toen de Nederlanders op
Java bekend werden, en nog lang daarna, men steeds
het gedeelte des eilands, ten oosten van de rivier
Lossarie gelegen, bedoelde, wanneer men te Bantam,
Jakatra, en daaromstreeks, van Java gewag maakte.
Hoezeer het verschil tusschen beide deelen der be-
volking algemeen erkend wordt, zoo twijfelen nogtans
sommigen, of de zoogenoemde Javanen wel een' onver-
mengden volksstam uitmaken. Zij houden het daarvoor,
dat eene Hindoesche volkplanting, welligt door meer-
dere aanvoeren gevolgd, zich in het midden en oosten
van Java gevestigd, en zich langzamerhand met de
eigenlijke bevolking van Java, in geenen deele met
de Soendanezen te verwarren, vermengd heeft. Hoe
het zij, de bevolking ten oosten van de Lossarie is
aan de Soendanezen vreemd, en men meent, dat het
verschil in gestalte, huishouding, kleeding enz. nog
tegenwoordig voor den opmerkzamen beschouwer zigt-
baar is. Ook schijnen de Javanen tusschen Straat
Soenda en de Lossarie, meer dan die, welke aan de
andere zijde van gezegde rivier wonen, door het be-
stendig verkeer met allerlei vreemdelingen, van hunne
oorspronkelijke eenvoudigheid te hebben verloren, zoodat
zij minder onverbasterd gebleven zijn en zich eerder
aan ondeugden hebben overgegeven. Verwijdert men
zich van het strand, zoo bespeurt men, dat de landzaat
opregt en trouw is, maar ook minder geneigd tot den
stand van krijgsman dan zijne stamgenooten op de na-
naburige eilanden, doch dat hij tevens weinig waarde
aan zijn leven hecht, wanneer wraakzucht in het spel
komt, hetzij hij zich in zijne eer of in die zijner
vrouw beleedigd waant, hetzij hij minachting ontmoet
voor de nagedachtenis zijner Voorouders. Hij is klein,
geelachtig bruin van huid, heeft een' kleinen neus met
breede vleugels, een' dunnen baard en lang zwart
haar. Veel Chinezen vindt men langs de noordkust,
minder in de binnenlanden, zeldzaam aan de zuid- of
C 2 oost-