Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
men, verdient de lucht op Java gezond genoemd te
worden.
§ 4. Voortbrengselen. Het verschil in luchtgestel
vergunt de aankweeking van eene groote verscheiden-
heid van gewassen en vruchten, ook van zulke, welke
in de gematigde luchtstreek, zelfs in Nederland, te
huis behooren , als : tarwe, kool, spinazie, aardap-
pelen, rapen en dergelijke, peren, appelen, perziken
en abrikozen, alhoewel er onder deze zijn, die op
Java, althans op sommige plaatsen, den eigenaardigen
smaak en saprijkheid missen.
a. Planten. Groot is de verscheidenheid en onbegrij-
pelijk de pracht, welke de Natuur hier ten toon spreidt,
want men vindt er niet alleen een' rijkdom van ge-
wassen, welken de landen tusschen de keerkringen op-
leveren, maar ook planten uit de gematigde lucht-
streek, ja zelfs Jlpen-krmdtn en heesters. — Daar
vele gewassen in naam en hoedanigheid in Europa
onbekend zijn, zullen wij ons bij de meest be-
kende bepalen. — Onder de boomen: de jati, de
Europesche eik; velerlei palmsoorten, als de kool-,
sago-, areng- of suiker- en kokospalm, de pisang
of banaan, en over het geheel velerlei soorten van
den vijgeboom, onder deze de jicus Indiens of
Indische vijgeboom , gewoonlijk de waringa - boom ge-
noemd, die zijne takken naar de aarde buigt; deze
schieten hierin wortel, spruiten op nieuws uit en
omringen zoo den moederstam, na verloop van
jaren, met een aantal stammen, zoodat een en-
kele boom, die eeuwen oud wordt, aan hon-
derden menschen schaduw kan verkenen; de suren-
soorten of cedrela, die eene hoogte van 160 voet en
een' omtrek van 14 tot 16 voet verkrijgen; de tjam-
pakka (tot de magnoh'a behoorende) met zijne geurige,
op Java algemeen geliefde bloem; de als eene zuil
van 160 voeten en meer boven het andere geboomte
uitstekende pelaglar, met zijne aetherische, ontvlambare
hars; de katoen- (kapas en kapok), tamarinde-,
brood- en kaneelboom; — heesters en planten: koffij,
thee, kasoemba-kling of orlean, kasoemba-djawa of
saffloer, indigo of anijl, bamboes (voor den Javaan
van zoo algemeen gebruik), rottan of rotting,
zwarte en lange of staartpeper, kurkuma, tabak; —
vruchten: mangga, mangoestan, ramboetan, doerian,
C pom-