Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
DiepO'Negoro, waarvan de zoogenoemde Vorsten-
landen , vooral Mataram, liet tooneel geweest zijn,
hebben beide Soiivereinen eti aan gebied cn aan gezag
zoodanig verloren, dat de naam van onafhankelijk
evenmin aan den Soesoehoennan, als aan den Sultan kan
gegeven worden. De Nederlanders zijn derhalve thans
volstrekte Beheerschers van Java, hetgene ten voor-
deele der bewoners uitloopt, omdat daardoor aan hen
een geruste eigendom en het bezit van het door hem
verworvene verzekerd is.
§ i. Ligging en Grenzen. Van 1050 10' tot 1140
35' westerlengte van Greenwich en van 5° 5a' tot 8° 53'
zuiderbreedte. Straat Soenda strekt ten westen tot
begrenzing, de Javasche Zee en verder Straat Ma-
doera ten noorden, Straat Balie ten oosten en de
Indische Oceaan ten zuiden.
§ a. Uitgestrektheid en Bevolking. Een smal on-
regelmatig vierkant, in de strekking van het westen
naar het oosten, 188 mijlen lang, breed, op het
smalst, van Passeeroewang regt zuid, 13 mijlen, en,
op het breedst, van' den hoek van Japara zuid 34
mijlen. Het eiland bevat omstreeks 4000 vierkante mij-
len, en eene bevolking van nagenoeg 10000000 zie'en.
§ 3. Luchtgesteldheid. Langs het noorderstrand is
de dampkring veelal vochtig van wege de uitwasemin-
gen van den aangeslibden grond, en uit dien hoofde
niet zeer gezond. Doch op korten afstand begint de
bodem te rijzen en wordt hij tegelijk drooger en ge-
zonder; op weinig mijlen afstands van het strand bevindt
men zich leeds eenige hoixlerde voeten boven den water-
spiegel der zee. De hitte is op enkele plaatsen druk-
kend , en bereikt daar 90° (F a h r e n h e i t) en soms meer,
met een vrij algemeen verscliil in den thermometer - stand
van 16° tot 20° van hoogsten en laagsten warmte-
toestand in de 24 uren. In de veelvuldige bergvlakten,
of bergachtige streken, is de hitte minder groot; men
komt in eene gematigde luchtstreek, waar de ther-
mometer 60° en minder teekent; op de hooge bergen
gevoelt men koude, en op de hoogste zelfs vindt
men soms sporen van vorst. Over het geheel geno-
men ,