Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
31 - •
Godsdienst vmi Mohammed, Iwre zegepraal te vol-
tooijen.
De Nederlanders kwamen na de Portugezen op Java,
werden door dezen vijandig behandeld en zegevierden
over hen met eene germge magt. Hierdoor kwamen zij
in aanzien, zoodat zij reeds in de eerste jaren der 17'ie
eeuw langs de geheele noordkust handel dreven. Zucht
tot handhaving van den handel zette hen aan om zich te
vestigen; door overmagt besprongen, breidden zij zich
steeds uit; de geringheid hunner magt lokte de inlandsche
Vorsten uit tot verraderlijken overval en verkrachting van
aangegane verbindtenissen; doch steeds verbleef de zege
aan den moed van den Nederlander. Eerlang konden de
kleine Vorsten langs de noordkust van Java en de Sultan
van Bantam niet anders beschouwd worden, dan als
afhankelijke Vorsten. De Keizer van Mataram alleen
handhaafde zich als een magtig Vorst, hoezeer"^ook hij
van zijn gebied, in het noorden en noordoosten van
het eiland, moest afstand doen, en zich moest laten
welgevallen, door een' Nederlandschen Ambtenaar met
de Rijkssieraden te worden omhangen en alzoo de
Oostindische Maatschappij boven zich te erkennen. In
de iS'ie eeuw trachtte een broeder van den regerenden
Socsochoennan eene scheuring in het gebied te ver-
oorzaken, die te eerder gelukte, daar de Oostindi-
sche Maatschappij niet ongaarne eene verbrokkeling van
het nog steeds magtige Rijk zag. Zij erkende in 1755
den opstandeling Pangerang-Ratoe, Hamang koe-
Boemie , als Sultan over een gedeelte des Rijks,
onder den naam van Djokjokarfa of Mataram, ter-
wijl de verdeeling derwijze gemaakt werd, dat de
beide Rijken als door elkander heen «geslingerd waren.
Kort daarna geraakten de Nederianders ook in het regt-
streeksche bezit van den oostelijken uithoek van Java,
of het Rijk van Balambangan, waar men zich, toen
de Nederlanders voor het eerst in Indiè kwamen, nog
tegen de invoering van den hlam verzette.
Eerst in den aanvang der 19de eeuw hebben de
Sultans van Bantam en Cheribon, als regerende Vorsten,
geheel opgehouden te bestaan. Bovendien zijn destijds
de vernederende pligtplegingen afgeschaft, waaraan de
Nederlandsche Ambtenaren zich aan de Hoven van Solo
en Djokjo moesten onderwerpen.
Sedert het dempen van den opstand of oorlog van
Die-