Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm.
374-
sten bezorgen. Het ontbreekt alzoo den Vorsten nim-
mer aan de gelegenheid, om de schepen, welke te
dien einde jaarlijks van Mauritius komen, van slaven
(jonge vrouwen, meisjes en aankomende jongens) te
voorzien. Bij gebreke te dezen aanzien, vinden de
Vorsten ligtelijk kooplieden onder de Chinesche han-
delaars.
Het eiland wordt tegenwoordig in zeven Rijken ver-
deeld, als: Karrang-Assam , oï Karrang-Assam-
Balie, waaronder thans Balieling en Djembrana behoo-
ren , Kaloenkong, Badong, Bangle, oï Taman-Balie,
Anjar, of Gianjar, Mengoei en Tabanan, wier ge-
zamenlijke bewoners op 1160000 zielen geschat worden.
Karrang-Assam heeft de aanzienlijkste bevolking,
maar is ook het grootste; doch Badong, dat geene
groote uitgestrektheid heeft, is betrekkelijk het meest
bevolkt en het meest beschaafd. De Vorst van Kaloen-
kong voert den titel van Dewahal, of De^ahl-Agong-
Betan, in het geestelijke, en dien van Tjokarda, of
Soesoehoennan, in het wereldlijke; hy is met der daad
het geestelijk en wereldlijk Opperhoofd van het eiland.
De andere Vorsten noemen dezen Vorst veelal vader,
en eerbiedigen hem als hunnen Opperheer. Als be-
wijs van dat ontzag wordt aangevoerd, dat de Vorsten
van Badong en Mengoei, hoe vijandig ook gezind,
elkander niet beoorlogen, alleen omdat de Vorst van
Kaloenkong hun het oorlogvoeren verboden heeft.
De voornaamste plaatsen zijn:
Badong, een vlek niet ver van de zuidpunt des
eilands, en op nagenoeg denzelfden afstand, namelijk
twee palen, van de oost- en van de westkust. Uit
dien hoofde lieeft deze handelplaats twee havens:
P ante-Barat, of Westhaven, welke in de oost-mous-
son, en Pante-Toebang, of P ante-Timor, of Oost-
haven, welke in de west-mousson gebruikt wordt. De
laatste heeft een' naauwen ingang, welke van uitste-
kende en bij laag water droog vallende koraalriffen
omgeven is; ook kunnen groote schepen alleen even
benoorden de haven aan de buitenzijde van het rif
ankeren. Er woont te Badong een Gezaghebber, of
Posthouder, die, zoo men zegt, belast is met het
aanwerven van Baliërs voor de Nederlandsche krijgs-
dienst; levens is er een Agent van de Nederlandsche
Handelmaatschappij. De artikelen van uitvoer zijn:
zeer