Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
373-
deze grootendeels verdrongen werden en de wyk naar
Lombok namen, althans tegenwoordig op Balie geheel
zouden zijn uitgestorven. De overlevering wil, dat
deze vroegere Baliërs menschenëters waren, of ten min-
ste hunne gevangene vijanden verslonden.
De Godsdienst der Baliërs, hoezeer er ook Moham-
medanen onder hen worden gevonden, is eigenlijk de-
zelfde, welke vroeger op Java de heerschende was.
Hunne kasten - verdeeling, Priesters, of Dewaties en
Idas, Edelen, of Goesties , en hunne mindere kasten;
hunne taal, die slechts in tongval met het Javaansch
verschilt, herinneren de vroegere tijden van Java. Het
opmerkelqkste is , dat men, den Vorst aansprekende,
zich van de Kawi-taal bedient. Hunne tooneelspelen,
dansmeisjes, hane- en krekelgevechten staan nagenoeg
met die op Java gelijk. Bq de Vorsten is het nog
gebruikelqk, dat eenige hunner meest geliefde vrouwen,
bij het verbranden van het lijk des overleden' Gebie-
ders, zich mede in de vlammen storten. De waringa-
boom wordt voor heilig gehouden, en men vindt door-
gaans een paar dier boomen bij hunne tempels, welke
echter in geenen deele fraai zijn, en meestal in verval-
len' staat. Men wil, dat de Vorsten soms menschen
of kinderen offeren, ten einde hunne Goden te verzoe-
nen.
OndOT de aanzienlijke Baliërs zijn de vrouwen, zoo-
wel als de mannen, aan opium verslaafd; zij houden
ook veel van sterke dranken. Voor jagt en tornooispel
bestaat bij den Adel minder zucht dan op Java; en
evenwel houdt men den Baliër voor krijgshaftiger en
oorlogzuchtiger dan den Javaan. De Baliër gehoorzaamt
zijnen Vorst blindelings, en is voor het overige trouw,
gedienstig en geenszins verraderlijk. De vreemdeling
kan overal langs de menigvuldige wegen veilig te
paard reizen, zonder aanval, roof of moord te vreezen
te hebben.
Het zijn niet alleen de misdadigers, die als slaven
verkocht worden; maar ook de vrouwen en dochters van
een' ieder, die zonder mannelijke afstammelingen sterft,
vervallen in slavernij, of worden de eigendom van den
Vorst. Deze aldus tot slavernij gedoemde wezens
worden meermalen tot de schandelijkste kostwinning
gedwongen; zelfs de slavinnen van Edelen moeten,
niet zelden op gelijke wijze, aan hare Meesters inkem-
Z 3 sten