Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
572-
Het eiland balie.
Dit eiland ligt aan de Straten van Lombok en Ba-
lie, tusschen Lombok en Balie, en beslaat 94 vierkante
mijlen.
Het heeft rivieren , meren en moerassen, welke alle
voor den natten rijstbouw zeer bevorderlijk zijn. Men
verhaalt, dat binnen's lands, hoog in het gebergte, me-
ren zijn van aanzienlijke uitgestrektheid en diepte, en
dat er drie zulke meren, waarin met eene lijn van
50 vademen geen grond te vinden is, in het oosten
des eilands gevonden worden. Ook wil men, dat op
de toppen van onderscheidene bergen meren zijn, den-
kelijk trechters van uitgebrande Vuurbergen , die zich
met water gevuld hebben. Bovendien vindt men hier
rookende Vuurbergen, die nu en dan aardtrillingen of
schuddingen veroorzaken. Er zijn de zoodanige in het
westen van Balie, die men gelooft, dat met de Vuur-
bergen in het oosten van Java, onder de zee, in ge-
meenschap staan. In het jaar if!i8 had op dit eiland
eene geweldige waterberoering plaats, we^ke groote
schade veroorzaakte en velen menschen het leven kostte.
Van handelsvoorwerpen treft men op Balie aan: rijst,
zoo fraai en wit als de beste Java - rijst, tabak,
klapper - olie, vogelnestjes , sapanhout , arengsuiker,
ververschingen , vruchten, zeer goede paarden , herten ,
vooral van kleine soort, buffels en dinding van buf-
felsvleesch, kasoemba, muskaatnoten en massooi, door
de Keffingers ingevoerd. Er zijn werklieden in ijzer
en staal, die geweren, maar meer nog krissen en pie-
ken vervaardigen. Van het zoogenoemde Baliesch zil-
ver , bestaande uit f tin en i zilver van gesmolten
Piasters, maken zij armringen en andere sieraden.
Behalve de Baliërs, die van Javaanschen oorsprong
zijn , wonen op de kusten een niet onaanzienlijk getal
Chinezen, alsmede Boeginezen en VVadjorezen, ook
eenige Maleijers, welke vreemdelingen zich meest alle
met den handel bezig houden. Volgens sommigen zijn
er, in het binnenland, nog eenige van de vroegere
bevolking overgebleven, die, zoo men meent, met
de Sassakkers, of Lombokkers , van gelijke afkomst
zijn. Meer algemeen gelooft men echter, dat die oor-
spronkelijke bewoners, toen de Javanen, die de over-
heersching van den Islam op Balie ontweken, door
deze