Boekgegevens
Titel: Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Serie: Werken der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, 2: 1
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Te Leyden, Deventer en Groningen: bij D. Du Mortier en zoon, J. de Lange en J. Oomkens, 1843
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 258 F 9
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204606
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederlandse koloniën, Nederland, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot de aardrijkskunde van Nederlands Oostindische bezittingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
371-
dan in naam; de beide andere, steeds ijverzuchtig op
elkander, zijn gedurig in oorlog, of staan gereed het
zwaard te trekken. Het Rijk Karrang-Assam, op
Balie, behoorde vroeger aan den vader van den te-
genwoordigen Vorst van Karrang- Assam-Lombok , die
van daar is verdreven. De Vorsten van Lombok en
hunne onmiddellijke opvolgers zijn alle van Balie af-
komstig, en hebben de eigenlijke bevolking, de Sas-
sakkers, naar de binnnenlanden teruggedrongen of aan
zich onderworpen; doch deze blijven tegen hunne over-
winnaars steeds vijandig gezind.
De voornaamste plaatsen zijn:
Laboewang.Treing, een vlek op de westkust, aan
eene baai, welke goeden ankergrond heeft, en alwaar
het landen voor de booten gemakkelijk is. Hierom-
streeks valt veel rijst. De plaats behoort tot het Rijk
Mataram;
Appenam , of Ampanam , een gehucht aan de west-
kust, ten noorden van Laboewang - Treing, aan eene
kleine opene baai, welke door hoog gebergte is inge-
sloten. Hier gaat altijd eene sterke branding, zoodat
de af- en aanvarende booten veel gevaar loopen, in
de branding om te slaan; dit gevaar is vooral groot
in de west - mousson, wanneer de schepen ter reede
van Appenam ligtelijk tegen de banken kunnen worden
geslingerd. En evenwel mogen slechts hier, en niet
in de meer veilige baai van Laboewang - Treing, de
vreemde schepen komen, om rijst en andere levens-
behoeften te halen. De Engelsche schepen, welke naar
China, Mauritius, of Sidney bestemd zijn , of van
daar komen, nemen hier veelal ververschingen in; ook
drijven de Engelschen tusschen hier en Sinkapore
eenigen handel.
Pejou, een vlek op de oostkust, aan eene ruime
baai met goeden ankergrond, die eene veilige ligplaats,
zelfs voor de grootste schepen, zoowel in de oost-
als in de west - mousson, aanbiedt. Men bouwt hier
veel rij«t en van voortreffelijke hoedanigheid, welke
door Engelsche en Amerikaansche .Za/V^fc-visschers,
veel wordt ingeruild. Ook wordt er door Makassa-
ren , Boeginezen en Wadjorezen van Pejou met de
tegenoverliggende kust van Sumbawa handel gedreven.
Z 2 Het